Kwaliteitszorg voor de zeer lange termijn

oktober 2010

Amelior ondersteunde Euridice bij zijn hercertificatie voor Iso 9001. Speciaal aandachtspunt was de aanpassing van de procedures voor de overgang van bouwproject naar het groeiende belang van de onderzoeksactiviteiten.

Nu de uitbreiding van het ondergronds laboratorium Hades afgerond is, groeit het belang van het wetenschappelijk onderzoek in de werkzaamheden van Euridice. Met het oog daarop heeft het zijn procedures ook aangepast en onlangs laten certificeren. De audit daarvoor heeft het met vlag en wimpel doorstaan.

Ondergronds onderzoek

Euridice kan ook gelezen worden als een letterwoord wat staat voor European Underground Research Infrastructure for Disposal of nuclear waste In Clay Environment. De organisatie werkt in opdracht van het bekende Niras, dat sinds 1980 instaat voor het beheer, behandeling en opslag van al het radioactief afval in België. Een dochterbedrijf van Niras, Belgoprocess, is verantwoordelijk voor de verwerking en conditionering en de tussentijdse opslag van al het radioactief afval. Sinds 2006 is Niras begonnen met het project voor de berging van het laagactief afval in een bunker boven de grond te Dessel. Maar Niras heeft ook de opdracht een oplossing te vinden voor de berging van het langlevend en hoogactief afval. In België is men ervan overtuigd dat de kleilagen het best geschikt zijn voor die ondergrondse berging. Een belangrijk deel van onderzoek naar de mogelijkheden om dit radioactief afval in een ondergrondse kleilaag te bergen, is uitbesteed aan Euridice. Het gaat om een economisch samenwerkingsverband tussen Niras en het SCK-CEN in Mol dat vóór de oprichting van Niras in 1980 met die problematiek belast was. De opdracht van Euridice is om te onderzoeken welke geologische lagen geschikt zijn voor de berging, welke technologieën nodig zijn, welke fenomenen kunnen optreden tijdens het verblijf van het afval in de ondergrond en te bepalen hoe de tijdschalen eruit zien.

Peter De Preter, directeur van Euridice: “Dit soort afval – hoogactief (categorie C) en langlevend (categorie B) – blijft honderdduizenden jaren radioactief. We zijn dus op zoek naar geologische omgevingen die zeer stabiel zijn en die de straling kunnen weerstaan. In landen als Zweden en Finland denkt men dan aan graniet, maar bij ons komen alleen diepgelegen kleilagen, zoals de zogenaamde Boomse klei, in aanmerking. Die heet zo omdat de kleilaag aan de oppervlakte komt in de wijde omgeving van Boom, welbekend van zijn steenbakkerijen. Maar de klei kan ook veel lager in de ondergrond zitten. In Mol bijvoorbeeld op meer dan 200 meter diepte. Hier onderzoeken wij met een ondergronds laboratorium onder andere hoe die klei zich gedraagt en hoe hij reageert op de radioactiviteit en de warmte die het afval afgeeft.”

Activiteiten in procedures gieten

Euridice houdt zich vooral met twee zaken bezig: de bouw en het beheer van het ondergronds laboratorium en de grootschalige experimenten en demonstraties van bijvoorbeeld graafmachines, containertechnologie of transportmechanismen die nodig zijn om de haalbaarheid van de ondergrondse berging van radioactief afval aan te tonen. Daarbij komt nog de communicatie rond het project. Peter De Preter: “Als we alleen de twee eerste activiteiten bekijken, is het duidelijk dat het om twee zeer verschillende zaken gaat die een heel ander type van procedures noodzakelijk maken. Bij de eerste gaat het om bouwprojecten in de ondergrond en het beheer van technische installaties. Zoals gezegd is de uitbreidingsfase nu achter de rug. In de voorbije periode hebben we nog een tweede schacht gebouwd naar het ondergronds laboratorium Hades. Tevens hebben we het lab zelf sterk uitgebreid: Hades is intussen verdubbeld in lengte en er is nog een zijgalerij aangebracht van 40 meter.”
Het andere luik bevat de onderzoeksactiviteiten. Het is nooit een sinecure om de essentie van de Iso 9000-normen te vertalen naar een wetenschappelijke omgeving. “De bewaking van de kwaliteit van het onderzoekswerk, dat veelal onderzoek op lange termijn betreft (zie kader), stelt een bijzondere uitdaging. In onze aanpak steunt de kwaliteitsbewaking in grote mate op expertbeoordeling, die moeilijk kan gevat worden in kwantitatieve indicatoren, maar die door middel van formele besprekingen, adviezen en reviews vastgelegd kan worden,” zegt Peter De Preter.
“Daarbij moet ik benadrukken dat we hier toegepast wetenschappelijk werk uitvoeren en geen fundamenteel onderzoek. We werken heel doelgericht en kunnen de activiteiten zeer projectmatig aanpakken. We hebben dan ook procedures uitgewerkt voor het onderzoek zodat we - zeker voor het opstarten van nieuwe onderzoeken - alles goed hebben gestructureerd. Die procedures zijn er ook gekomen na overleg met Niras en de andere internationale onderzoeksprogramma’s. Eén van de elementen in die procedures is de oprichting van het Scientific Advisory Committee (SAC) dat bestaat uit externe deskundigen. De leden zijn gekozen om hun vakkennis en om hun contacten met buitenlandse programma’s. Deze mensen moeten de kwaliteit van het onderzoek bewaken.”
De procedures van het operationele luik en van het wetenschappelijk werk sluiten naadloos aan op die van Niras, de eerste opdrachtgever. Het ligt dan ook voor de hand om die procedures op dezelfde manier te borgen en ook te laten certificeren. Vandaar dat Euridice dezelfde kwaliteitsnorm hanteert als Niras en ook met dezelfde consultants (Paul Devos en Patrick Canoot van Amelior) en hetzelfde certificatieorganisme (SGS) in zee gaat. Peter De Preter: “Processen als de boekhouding of de communicatie zijn erg verbonden met Niras en SCK-CEN zodat we die zo nauw mogelijk afstemmen op elkaar.”

Klantentevredenheid

De band tussen Euridice en Niras en SCK-CEN is zeer eng. Dat blijkt al uit de organisatiestructuur. Op het niveau van het Economisch Samenwerkingsverband en op het niveau van het bestuurscomité zijn er al vertegenwoordigers van Niras en SCK-CEN aanwezig. Administratieve processen zijn zoals gezegd ook sterk verweven. Maar ook dan nog houdt Euridice een jaarlijks onderzoek naar de klantentevredenheid bij haar klant Niras. “Daarbij vragen we een beoordeling van onze prestaties op het vlak van timing en planning, de kwaliteit van onze rapporten en publicaties, en van het dagelijks management,” aldus Peter De Preter.
Ook het wetenschappelijk adviescomité SAC wordt om zijn beoordeling gevraagd over de prestaties van het onderzoekswerk. “Daarbij hebben we aparte ondervragingen voor het comité als geheel en voor elk lid afzonderlijk. We vragen om een beoordeling op een reeks van vooraf gedefinieerde thema’s, maar ontvangen graag ook commentaar op alles wat de leden van het comité belangrijk vinden. Het is me opgevallen dat het wetenschappelijk comité niet van meet af aan perfect werkte. We hebben gezien dat de leden tijd nodig hebben om zich in te werken en om zich onze situatie eigen te maken. Maar nu weten ze zeer goed wat er hier gebeurt en vormen hun beoordelingen, adviezen en reviews een belangrijke pijler van de kwaliteitsbewaking.”

Aangepaste procedures

De hulp van Amelior werd ingeroepen om de hercertificatie voor te bereiden. “Maar we wilden vooral zorgen dat we onze procedures hadden aangepast vooraleer de audit werd uitgevoerd. We hadden ervaren dat de eerste versie van ons kwaliteitshandboek te veel en te complexe procedures bevatte. Dat wilden we rechtzetten bij de hercertificatie. In de loop van 2009 hebben we dat in orde gebracht,” zegt Peter De Preter.
Door het stijgende belang van het wetenschappelijk werk, was het ook noodzakelijk om de kwaliteit van de procedures op dat vlak te verbeteren. In de eerste plaats wilde men het beheer van de meetinstrumenten verder verbeteren. “Dat punt vond ik zelf heel belangrijk. Op deze thematiek heeft de complementariteit van onze wetenschappelijke mensen en de consultants van Amelior ook perfect gewerkt. We hebben in onze organisatie heel wat expertise in het gebruik van instrumenten, maar dat wil nog niet meteen zeggen dat we dan ook perfect de kwaliteit ervan verzekeren. Zeker ook het afstemmen van het beheerssysteem op de Iso 9000-normen was nuttig werk van de kant van Amelior. Het kwam er vooral op aan dat we ook kunnen aantonen dat alles volgens de regels van de kunst is verlopen. Eén van de zaken die we hebben veranderd is het invoeren van een uniforme databank voor de kalibratie van alle toestellen. Daar hoorde ook een herschikking bij van het personeel waarbij meer mensen zich gaan bezighouden met de kwaliteitszorg rond de instrumentatie.”

Kennisbeheer

Peter De Preter: “We hebben ook onze aanpak van het knowledge management of kennisbeheer aangepast. Tot nog toe was wat we deden veeleer informatiemanagement: het bewaren van alle documentatie en rapporten in een informaticasysteem. Dat doen we trouwens ook samen met Niras en daarvoor gebruiken we hetzelfde computersysteem. Maar we mogen niet tevreden zijn met alleen maar de opslag van informatie. We moeten er ook voor zorgen dat de kennis goed verdeeld wordt binnen de organisatie en het netwerk van partners. Over de wereld verspreid zijn er nog heel wat andere organisaties bezig met gelijkaardig onderzoek. We hebben bijvoorbeeld goede contacten met de Fransen die al vrij snel willen starten met de bouw van een installatie. Al deze activiteiten worden ook gecoördineerd door organisaties zoals het Atoomagentschap in Wenen en het Agentschap voor kernenergie (NEA) van de OESO waar we mee samenwerken. Maar wij willen niet alleen zorgen voor het bewaren en verspreiden van informatie, ook het tot stand komen van de kennis zelf willen we goed beheren. Dat gaat dan om het managen van de onderzoeksteams en het beheer van de experts. Ook de contacten met andere organisaties en het afsluiten van samenwerkingsakkoorden hoort daarbij. Voor dat alles hebben we nu de eerste procedures uitgeschreven, maar dat zullen we in de toekomst zeker nog uitbreiden.”

Niets dan lof

“De audit zelf is zeer positief verlopen. De auditor van SGS had geen opmerkingen. In zijn commentaar had hij niets dan lof over de evolutie die we hebben doorgemaakt sinds het eerste certificaat. Er was een duidelijke verbetering merkbaar op de actiepunten die werden genoemd bij de eerste audit. Als directeur deed het me bijzonder plezier dat de auditor opmerkte dat het kwaliteitshandboek een levend instrument is dat dagelijks gebruikt wordt en ook aangepast wordt aan de evoluties in de organisatie. Het groeiende belang van kennisbeheer is ook te zien in de aanpassing van onze policy en in de procedures,” zegt Peter De Preter.

Voor de volgende honderdduizenden jaren

Het is de doelstelling van Euridice om bij te dragen aan het uitwerken van een veilige en praktische oplossing voor het bergen van radioactief afval in ondergrondse kleilagen. “Zoals onze opdracht er nu uit ziet, is onze taak volbracht op het moment dat Niras een vergunning heeft gekregen voor de bouw van die onderaardse bergingsplaats. Het bouwen zelf en beheren van die installaties hoort niet meer tot onze huidige doelstelling. Het kan natuurlijk altijd dat op dat ogenblik de statuten gewijzigd worden en dat Euridice ook verder een rol zal spelen. Maar intussen werken wij al met een planning op zeer lange termijn. Niras gaat er nu vanuit dat het een aanvraag voor de vergunning zal indienen in het jaar 2020 en verwacht dat het een aantal jaren zal duren voor die vergunning ook wordt uitgereikt. Het eerste afval zal ten vroegste vanaf 2035 worden geborgen. Voor het hoogactief afval is de streefdatum pas 2080. Het radioactief afval dat ontstond als bijproduct van bestaande activiteiten zoals de kerncentrales wordt intussen bovengronds opgeslagen. We voorzien trouwens voor het hoogactief afval een afkoelingsperiode van 60 jaar,” zegt Peter De Preter.
Het afval zal dan honderdduizenden jaren moeten worden geborgen vooraleer de straling is uitgewerkt. Daarom is men ook op zoek naar geologische omgevingen die al zeer lang – miljoenen jaren – stabiel zijn.

Vragen?...

+32 (0) 56 20 36 23
info@amelior.be