Langzaam opbranden

juni 2014

Burn-out komt niet uit de lucht gevallen. Het is een langzaam en sluipend proces.

Burn-out is een psychologische term voor het fenomeen compleet ‘opgebrand’ te zijn. Iemand met burn-out is vaak niet eens meer in staat om de meest eenvoudige taken uit te voeren. Kenmerken zijn een extreem tekort aan energie, concentratie en het zinvol vinden van de dagelijkse bezigheden. Dat energieverlies is vooral gelinkt aan het werk, maar komt ook voor in de privésfeer. De kleinste taken worden onoverkomelijke hindernissen die zo goed als niet te nemen zijn, of waar men met de grootste onmacht tegenaan kijkt.
Voor de omgeving van de man of vrouw die getroffen wordt door een burn-out, komt dit heel vaak onverwachts en onbegrijpelijk aan. Zeker omdat deze man of vrouw in het verleden een groot enthousiasme en betrokkenheid toonde in zo goed als alle taken die op hem/haar afkwamen. En net daarin schuilt het gevaar.
Burn-out is, zoals gezegd, geen plotse ‘aandoening’. Het is een sluipend gevaar dat juist de meest geëngageerde individuen treft. Het vormt een verhoogd risico voor de meer sensitieve persoonlijkheden met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en de neiging tot perfectionisme.

Geen depressie

De term burn-out werd begin de jaren 70 voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse psychotherapeuten Herbert Freudenberger en Christina Maslach. Het is vooral Maslach die rond dit thema het meeste bekendheid verwierf. De ‘Maslach Burnout Inventory’ (MBI), een vragenlijst waarin het risico op een burn-out wordt getest, is één van haar verdiensten.

Burn-out bestaat in Maslach’s opvatting uit drie, min of meer samenhangende verschijnselen:

  • uitputting: extreme vermoeidheid
  • cynisme: afstand nemen van het werk en/of van de mensen met wie men werkt. Dit wordt ook vaak omschreven als ‘depersonalisatie’.
  • verminderde persoonlijke bekwaamheid of werkgerelateerd zelfvertrouwen.

Een burn-out kan ontstaan na langdurig te zijn blootgesteld aan een teveel aan stress op het werk en in de privésituatie en leidt uiteindelijk tot lichamelijke, emotionele en geestelijke uitputting. Omdat de symptomen op het eerste gezicht herkenbaar zijn aan uitputting en vergelijkbaar zijn met depressie wordt vaak de vergissing begaan burn-out niet te herkennen als dusdanig. Ondanks het feit dat de signalen inderdaad gelijkaardig zijn, ligt de oorzaak meestal ergens anders en zal de behandeling dus eveneens anders dienen te gebeuren.

Het proces van een burn-out

Een burn-out is altijd een werkgerelateerde overbelasting. De balans tussen jezelf en je werksituatie is weg (Nell van de Ligt, stress en burn-outexpert).
De ontwikkeling tot een burn-out kent verschillende (6) fases. Zoals vaak bij psychische en emotionele aandoeningen zijn deze fases niet strikt van elkaar te scheiden. Bovendien hoeven ze ook niet alle zes aanwezig te zijn en kan de volgorde van de fases individueel verschillend zijn.

1. Prestatie en inzet: eerst is er het enthousiasme ten aanzien van je werk, de hoge betrokkenheid en de onmetelijke ambitie. Je zet je helemaal in omdat je je verantwoordelijk voelt en goed werk wilt afleveren. Je stelt hoge eisen aan jezelf en werkt regelmatig over. Je ervaart de werkdruk als uitdagend en zet jezelf opzij. Je wilt aardig gevonden worden en bekend staan als een goede werknemer. Kortom, je bent plichtsgetrouw.

2. Je geeft te veel, langzaam ga je inleveren: je besteedt meer en meer tijd aan je werk. Je neemt je werk mee naar huis en kan er hoe langer hoe minder afstand van nemen. Je hebt behoefte aan rust en ontspanning maar je geeft hier niet aan toe. Je blijft je inzetten vanuit je verantwoordelijkheidsgevoel. Maar je voelt dat het werk toch steeds meer van je vraagt. Als reactie daarop verminder je je sociale contacten en hobby’s in de veronderstelling 's avonds te kunnen recupereren. Maar slapen (inslapen of doorslapen) wordt steeds moeilijker.

3. Je verhoogt je inzet, je geeft nog meer: je gaat harder werken, want je merkt dat je het anders niet meer redt. Daarbij wil je wel dat alles verloopt zoals het gepland is, maar de vermoeidheid neemt de overhand. Je geraakt gefrustreerd en je wordt prikkelbaar. Vooral op je huisgenoten reageer je je af. Je merkt, tot je grote ergernis, dat je af en toe steken laat vallen. Als reactie hierop geef je nog meer van jezelf. Je krijgt allerlei vage lichamelijke klachten zoals hoofdpijn en stijve spieren. Klachten die je naast je neer legt. De contacten met collega's en de sociale contacten thuis worden door jezelf als hinderlijk en vermoeiend ervaren.

4. Je zelfbeeld neemt af en je hebt niet veel meer over: je vervreemdt steeds verder van jezelf. Op wilskracht overleef je. Je sleept je voort. Opmerkelijk is wel dat je dit zelf nauwelijks in de gaten hebt. Je zit op je tandvlees en voelt je ongelukkig, want alles gaat steeds meer energie vragen en die heb je niet meer. Je krijgt ernstiger klachten zoals maag- en darmklachten, vage pijnen of hyperventilatie. Deze klachten belemmeren je functioneren. Je komt in een negatieve spiraal terecht en denkt steeds negatiever over jezelf. Maar nog steeds rem je niet af.

5. Leeg, er is niks meer te geven: het is op. Je voelt je een robot, leeg, uitgehold ... het leven lijkt je zinloos en nutteloos. Complimenten worden niet meer als positief ervaren. Leuke dingen bestaan niet meer. Alles wat van jou gevraagd wordt, is een opgave. Je krijgt het moeilijk om ’s morgens je bed uit te stappen. Een depressie staat dreigend voor de deur. Naast lichamelijke klachten krijg je ook last van paniekaanvallen en angststoornissen.

6. Totale instorting, je lichaam neemt het over: en dan, het lijkt wel plots, grijpt je lichaam in en neemt het over. Je bent niet meer in staat om acties te nemen, om routineklussen op te pakken. Je weet effectief niet meer hoe je moet stappen, autorijden, lezen, … Dit stadium is te begrijpen als een overlevingsmechanisme van je lichaam. Je lichaam roept je een halt toe. Je hebt steeds meer van jezelf ingeleverd en niet naar je lichaam geluisterd. Je hebt jezelf geestelijk, lichamelijk en emotioneel volledig uitgeput. En nu geeft je lichaam aan dat het genoeg geweest is.

Wat zijn de oorzaken van een burn-out?

Hoewel er de laatste tien tot vijftien jaar veel wetenschappelijk onderzoek is verricht naar burn-out, blijft het moeilijk dé oorzaak vast te leggen. Voor zover burn-out opgevat kan worden als een vorm van extreme vermoeidheid, lijkt een chronisch teveel aan inspanning, bijvoorbeeld te hard werken in combinatie met een tekort aan herstel en ontspanning, een belangrijke risicofactor.

Daarnaast zijn persoonlijkheidstrekken zoals overdreven plichtsgetrouw zijn, perfectionisme en ‘werkverslaving’ faciliterende factoren in het ontwikkelen van een burn-out.
Toch willen we hier wel even waarschuwen dat het zeker niet zo is dat iedereen die hard werkt een groot risico op burn-out loopt. Gelukkig maar! Maar de combinatie van hard werken, weinig herstel of ontspanning en het weinig plezier hebben in het werk kunnen wel een belletje doen rinkelen.
Onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen (2010) hebben objectief verschillen kunnen aantonen in de hersenactiviteit tussen gezonde mensen en mensen met een burn-out. Biochemische factoren zouden van invloed zijn bij het ontstaan van een burn-out. Stoornissen in de neurotransmitters in de hersenen, waarbij een verlaagd serotonineniveau een rol kan spelen, zijn mogelijks van belang. Opmerkelijk is dat de resultaten vanuit de EEG (Electro-EncephaloGram) verschillen tussen een burn-out, het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en depressie kunnen aantonen. Het hersenpatroon van burn-outpatiënten vertoonde duidelijk minder pieken, wat volgens de wetenschappers betekent dat zo'n persoon een mindere bereidheid of mogelijkheid heeft om zich mentaal in te spannen. Ook andere hersenonderzoeken toonden aan dat degenen met burn-out vlakker reageerden en minder hersenactiviteit lieten zien. Neurowetenschapper en onderzoeksleider Gilles van Luijtelaar zegt dat verder onderzoek onder grotere groepen proefpersonen nodig is, maar hij twijfelt er niet aan dat burn-out vanaf nu een erkende aandoening zal zijn. Hierdoor kan een duidelijke diagnose gesteld worden en een aangepaste behandeling worden voorgeschreven.

Hoe een burn-out behandelen?

Burn-out kan succesvol behandeld worden door middel van kortdurende (12 à 15 sessies, op wekelijkse basis) therapie. Tijdens die therapie wordt nagegaan welke factoren hebben bijgedragen tot het ontstaan van een burn-out. Negatieve gedachten die ervoor zorgen dat je blijft presteren vanuit een ongezonde perfectionistische drijfveer worden uitgesproken.
Daarnaast worden risicofactoren op het werk geïnventariseerd en mogelijks aangepakt. Indien haalbaar, zal men snel opnieuw aan het werk gaan. Dit uiteraard gedoseerd en onder blijvende begeleiding. Wat we bovendien opmerken is dat een burn-out vaak de aanzet is tot een ‘carričreswitch’. Het reflecteren over de eigen job en zich daarbij de vraag stellen of dit wel écht de invulling is die men aan zijn professionele leven wil geven kan leiden tot verandering en mogelijks tot vermindering van het aantal werkuren. Feit is wel dat burn-out niet vanzelf overgaat. Het gaat evenmin voorbij door in de bed te kruipen, of het op je eentje proberen te verwerken. Tot rust komen is belangrijk, maar is niet voldoende. Cruciaal is het kunnen terugvallen op een sociaal netwerk. Het is essentieel dat je een gesprekspartner vindt, iemand die écht naar je luistert, zonder vooroordelen en vooral ook zonder te snel naar oplossingen te zoeken. Partner, vrienden en goede collega’s zijn de eerst aangewezenen hierin. Zij kunnen jou de steun geven die je op dat moment nodig hebt, op de verschillende domeinen, dus privé en op het werk.
Als organisatie kan je hierin zeker ook een rol vervullen. Vooreerst is het wenselijk stil te staan bij de oorzakelijke factoren die tot de burn-out hebben geleid. Het identificeren van het al dan niet individuele karakter hiervan is belangrijk om te bepalen of het gaat om een structureel verhaal dan wel om een eenmalig voorval. Open communicatie, vertrouwen en het leren herkennen van stresssignalen zijn cruciaal in het preventief kaderen van burn-out. Indien je te maken krijgt met slachtoffers van burn-out, dan kan je als organisatie vooral interesse tonen in het verloop van het genezingsproces door contact te houden en mogelijks in een begeleiding te voorzien. Ook bij het terug in dienst treden van de medewerker is het aangewezen opvang en ondersteuning aan te bieden om terugval zo goed als mogelijk uit te sluiten.

Kathleen DE RYCKE was voorheen wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Gent, en zelfstandig consultant HRM & coach van individuen en teams. Sedert 2010 is zij werkzaam als senior consultant ‘people management’ bij Amelior. Zij bouwde tijdens haar voorbije werkervaringen een ruime expertise op, op vlak van ‘HRM’ en ‘psycho-sociaal welzijn’. Gezondheidszorg, Universitaire en algemene ziekenhuizen, Openbare besturen, Pharmaceutische industrie, … zijn sectoren waar Kathleen heel wat ervaring opdeed inzake HRM, stressmanagement, teamontwikkeling, communicatie, motivatie, leiding geven, change management, …


Lees hier andere blogberichten van deze auteur...

Contacteer de auteur...