Supervisors TE Connectivity waakzamer na basisopleiding veiligheid

april 2016

Elk jaar volgen een drietal medewerkers van TE Connectivity een basisopleiding veiligheid bij Amelior. Met opmerkelijk resultaat, vindt preventieadviseur Dany Wille: “De supervisors begrijpen beter waarom bepaalde instructies er gekomen zijn. En ze lanceren vaker voorstellen om de veiligheid op de werkvloer op te krikken.”

TE Connectivity in Oostkamp produceert connectoren en inductieve systemen voor de auto-industrie. Het bedrijf behaalde in het verleden verschillende kwaliteits-, milieu-, energie- en veiligheidscertificaten. Sinds 2008 gaat het nog een stap verder. Naast de gebruikelijke observatierondgangen en allerhande veiligheidscampagnes laat het bedrijf regelmatig medewerkers een basisopleiding veiligheid volgen bij Amelior.

Waarom laten jullie de supervisors de opleiding veiligheid volgen?

Preventieadviseur Dany Wille: “Tijdens een evaluatie stelden we vast dat medewerkers zich niet altijd bewust waren van de gevaren op de werkvloer. Bij het hoger leidinggevend niveau zat de kennis goed, met dank aan de goeie werking van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk. Maar bij de leidinggevenden van kleinere afdelingen en vooral de supervisors, die het veiligheidsbeleid naar de werkvloer moeten vertalen, merkten we lacunes. Hen een basisopleiding veiligheid laten volgen, vond ik een goeie oplossing. Tijdens mijn eigen opleiding tot preventieadviseur niveau II leerde ik enkele cursisten kennen die aan het hoofd van een kerncentrale zouden komen. Hun bedrijfsleiding liet hen de opleiding bij Amelior volgen zodat ze toch een zekere basismaturiteit rond veiligheid zouden hebben. Dat idee is blijven hangen en passen we nu zelf toe. Bij TE Connectivity zijn we begonnen met de medewerkers van de afdeling plating, de meest risicovolle op vlak van veiligheid en milieu.”

Welk effect heeft de opleiding?

Preventieadviseur Dany Wille: “Uiteraard vroegen we de cursisten na afloop om feedback. Een deel van de opleiding bleek voor hen minder nuttig, omdat ze betrekking had op taken die tot de verantwoordelijkheid van de preventieadviseur behoorden. Maar wel zeer positief was dat ze het zorgsysteem dat we bij TE Connectivity hadden opgebouwd veel beter begrepen. Ze verstonden waarom bepaalde instructies er gekomen zijn. Achtergrondgevechten als ‘waarom moeten we dat doen, we hebben geen tijd’ vielen weg. Ze deden zelfs vaker voorstellen om de veiligheid verder op te krikken. We merken dat hun houding rond veiligheid veranderd is, en dat laat zich voelen op de werkvloer. Ze stralen hun overtuiging uit naar andere medewerkers. Het is niet meer van ‘men heeft mij gevraagd om jullie te vragen dat te doen’.”

“Nog interessant, cursisten mogen zelf de invalshoek van hun eindwerk kiezen. We verwachten wel dat het in hun afdeling in de praktijk bruikbaar is. Zo heeft één deelnemer op basis van de bestaande documenten en instructies een opleiding rond het gebruik van rolbruggen uitgewerkt. Ook andere afdelingen kunnen daar nu gebruik van maken. Bijkomend vragen we aan de cursisten om na de opleiding hun eindwerk op het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk voor te stellen.”

Wat gebeurt er nog om het bewustzijn op de werkvloer te verhogen?

Preventieadviseur Dany Wille: “Om de mensen op de werkvloer veiligheidsbewuster te maken, lopen er tweemaandelijks campagnes rond een veiligheidsthema. Dat gebeurt via drie kanalen: promotiemateriaal (affiches, schermen), een go-meeting (start-werkoverleg) en een persoonlijk kaartje en brief van de directie die de medewerkers thuis ontvangen. Hoe de medewerkers het thema oppikken, bekijken we onder meer tijdens de observatierondgangen. Zestig observatoren, waaronder leidinggevenden, supervisors én operatoren, evalueren tijdens een rondgang op de vloer de zogenaamde high five-gedragsregels: orde en netheid, persoonlijke beschermingsmiddelen, het veilig gebruik van machines en gereedschap, ergonomie en verplaatsing en het nemen van de tijd om veilig te handelen. Per twee gaan ze op stap en detecteren en communiceren ze bij elke werkpost vier positieve punten. De nadruk ligt dus op wat goed loopt. Op die manier willen we medewerkers aanmoedigen blijvend alert te zijn. Uiteraard is er ook oog voor verbetering. Wat nog niet goed zit, sturen de observatoren ter plaatse bij.”