Van veiligheidsinstructies naar veiligheidscultuur, een getuigenis van Westvlees NV

november 2012

Veilig gedrag is geen aangeboren attitude en veilig werken is soms geen synoniem van snel en efficiënt werken. Hoe kun je dan het veiligheidsbewustzijn binnen een organisatie verhogen?

Carl Delputte is preventieadviseur – uiteraard niveau I – voor de drie vestigingen van Westvlees (zie kader). “Ik kan natuurlijk niet alomtegenwoordig zijn in elke vestiging en elke afdeling. Daarom doe ik voor de ondersteuning van het veiligheidsbeleid beroep op de afdelingshoofden (slachthuis, snijzalen, verpakking…). Om hen daarbij te betrekken en om hen daarvoor de nodige basis aan te reiken hebben zij bij Amelior de opleiding ‘Preventieadviseur niveau III’ gevolgd. Let wel, hun functie is in de eerste plaats afdelingshoofd, niet preventieadviseur. Maar door de opleiding zien ze hoe belangrijk veiligheid is, hun veiligheidsbewustzijn verhoogt, ze worden veiligheidsambassadeur. Dit jaar hebben we bovendien twee technici naar die opleiding gestuurd. Zij komen immers overal in het bedrijf en kunnen net als de afdelingshoofden onveilige situaties opmerken en hun kennis doorgeven aan de andere medewerkers.”

Elke week is er een vergadering met de afdelingshoofden waarbij alle arbeidsongevallen worden overlopen en preventiemaatregelen worden uitgewerkt die de afdelingshoofden dan implementeren.

Blijkbaar werpt die aanpak zijn vruchten af. Over de laatste twee jaar is het ongevallenfrequentiecijfer met meer dan de helft gedaald.

Een onderdeel van de Amelior-opleiding is het maken van een eindwerk. Bij Westvlees worden die ook steevast in praktijk gebracht. Zo maakte bijvoorbeeld een van de technici een risicoanalyse van een machine en stelde een instructiekaart op.

BOB-campagne

Een nieuw initiatief is de aanstelling van de zogenaamde BOB-mannen (Bovenal Ongevalvrij Blijven). Die mensen lopen wekelijks met een checklist doorheen hun afdeling en als ze iets onveiligs opmerken communiceren ze daarover met het afdelingshoofd (een gelijkaardige aanpak bestond ook al voor kwaliteit met zogenaamde OK-mannen). Carl Delputte. “Die BOBs zijn mensen van de werkvloer, die van mij een korte basisopleiding hebben gekregen. Zij zien echt heel veel, zelfs meer dan de afdelingshoofden. Maandelijks heb ik met hen een ontbijtvergadering waarop de punten worden aangepakt die (nog) niet door de afdelingshoofden konden worden afgehandeld. Ik zorg dan voor een extra push naar de afdelingshoofden toe.”

Eclairmoment

Westvlees houdt per afdeling het aantal ongevalvrije dagen bij. Dat wordt in elke afdeling op een terminal geafficheerd. Carl Delputte gebruikt die terminals overigens ook om slide shows te tonen over veiligheidspunten waar op moet worden gelet. “Als een afdeling een aantal (bijvoorbeeld 100) ongevalvrije dagen bereikt, wordt een ‘eclairmoment’ gehouden. Voor iedereen dus een eclairke. Als ze aaneenhoudend nog eens dat aantal dagen bereiken wordt het een glaasje cava met aardbeientaart. Gebeurt dat een derde keer, dan krijgen ze een maaltijd aangeboden. Dat beloningssysteem werkt. Twee jaar geleden achtte ik het onmogelijk zo’n eclairmoment te halen, nu gebeurt dat regelmatig. Ook de andere beloningen worden al gehaald.”

Uiteraard loopt ook Carl Delputte regelmatig rond op de werkvloer. “Toen ik hier begon als preventieadviseur werd ik daarbij nauwelijks aangesproken. Dat is nu helemaal anders. Misschien is dat nog het beste bewijs van het gegroeide veiligheidsbewustzijn.”

Westvlees

Westvlees nv is een vleesverwerkend bedrijf (varkensvlees) met 1400 medewerkers. De hoofdzetel van het familiebedrijf bevindt zich in Westrozebeke, er zijn ook nog vestigingen in Staden en Aubel. De activiteit gaat van slachten en versnijden, over invriezen, verpakken en etiketteren tot het bereiden van panklare varkensvleesgerechten. Het slachtafval wordt verwerkt tot onder meer dierenvoeding en tuinmeststof.
Het bedrijf slacht jaarlijks een 2 miljoen varkens en verwerkt ze tot varkensvlees. Belangrijkste klanten zijn de distributie, groothandel en aankoopcentrales maar ook de kleinhandel, horeca en cateringsector. Er wordt geëxporteerd naar 40 landen, tot in Rusland, Zuid-Korea en China toe.