Wildgroei van wetten en normen voor voedselveiligheid

september 2002

Veel bedrijven in de voedingssector worden door hun klanten aangepord om te voldoen aan eisen van nu eens ISO, dan weer van HACCP, BRC, ISA, EFSIS, …. De ene klant vraagt zus, de andere vraagt zo. Hoe is het zo ver kunnen komen?

 

De wettelijke eis voor HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points)

In de Europese Unie is elk bedrijf dat levensmiddelen vervaardigt, verplicht een HACCP-plan op te stellen en te implementeren. Deze wetgeving is enerzijds vastgelegd voor de dierlijke sector, waar verticale verordeningen per productgroep van kracht zijn, bv. voor vleesproducten, zuivel, visserijproducten, e.a.. Anderzijds is er de algemene EU-richtlijn 93/43EEC voor levensmiddelenhygiëne van 1993, die in Belgische wetgeving is omgezet in 1997. In functie van de sector en de ouderdom van de norm kunnen deze wettelijke eisen sterk verschillen: de algemene richtlijn beperkt zich tot het opsommen van een aantal stappen of verplichte onderdelen van het HACCP-plan, terwijl de EU-beschikking voor visserijproducten 20 bladzijden beslaat.

Reeds vóór het verschijnen van deze reglementeringen waren al enkele initiatieven genomen om algemene regels vast te stellen voor een HACCP plan. Naast enkele grote Engelse supermarkten (o.a. Sainsbury’s in 1987) hebben zowel FAO/WHO (Codex Alimentarius in 1997) als de Europese Unie (FLAIR of Food-Linked Agro-Industrial Research in 1995) een aanbeveling opgesteld voor het opstellen van een HACCP-plan.

De graad van toepassing van HACCP

Elk voedingsbedrijf zou een HACCP-plan moeten hebben met als minimale inhoud de eisen vastgelegd in de algemene of de sectorale reglementering. In de praktijk echter kunnen alleen bedrijven die leveren aan industriële klanten of aan de grootdistributie een HACCP voorleggen….

De afwezigheid van eenvormige modellen per sector is daar gedeeltelijk de schuld van, zodat elk bedrijf zijn eigen plan moet ontwikkelen, Anderzijds is de druk van de controlerende overheid heel gering.

Bij bedrijven echter waar de klanten regelmatig leveranciersaudits uitvoeren, is de graad van implementatie van het HACCP-plan het hoogst.

Productaansprakelijkheid

In 1990 is in verschillende landen de wet over productaansprakelijkheid gepubliceerd, die bij een opgelopen schade of verwonding te wijten aan een product, de bewijslast van onschuld bij de producent legt. Hoewel deze wetgeving verder gaat dan alleen maar voedingsproducten, heeft ze toch een grote invloed uitgeoefend op de manier waarop de grootdistributie zijn beleid inzake voedselveiligheid benadert.

Het Britse model

Op Europees niveau was vooral de Food Safety Act (1990) uit het Verenigd Koninkrijk belangrijk. Deze introduceerde immers de notie van ‘Due Diligence’ in de voedingssector: de bedrijven moesten kunnen aantonen dat ze al het mogelijke gedaan hadden om ervoor te zorgen dat voedingsmiddelen die onder hun verantwoordelijkheid stonden veilig waren voor de consument.

Het uitvoeren van audits over voedselveiligheid bij de leveranciers werd vanaf dan beschouwd als noodzakelijk voor ‘Due Diligence’. Wegens het verschil in aansprakelijkheid was dit systeem geconcentreerd op leveranciers van huismerken (private label), die onder de naam van de distributeur in de winkelrekken kwamen.

Vanaf de eerste helft van de jaren negentig had elke distributeur zijn eigen legertje auditors die bij al zijn leveranciers in binnen- en buitenland audits uitvoerden over HACCP en hygiëne. Een alternatief hiervoor was dat externe consultants werden ingehuurd voor het uitvoeren van de ‘due diligence audits’.

De volgende stap hierin was dat bepaalde audit- en consultingbureaus werden aangeduid door de distributeur om volgens een bepaald lastenboek al zijn leveranciers te auditen. Leveranciers die niet binnen een bepaalde termijn een positief auditrapport bekomen hadden mochten niet meer leveren. Rond 1995 bestonden er tientallen lastenboeken, afhankelijk van de sector (bv. British Frozen Food Federation), van de distributeur of van het auditbureau (EFSIS, TLC).

Resultaat was dat leveranciers, afhankelijk van de klanten, opnieuw meerdere auditors per jaar over de vloer kregen, elk met hun eigen accenten en opbod van eisen naar HACCP, hygiëne en kwaliteitssysteem. Dit was een zeer duur systeem.

Daarom heeft de Engelse federatie van distributeurs (British Retail Consortium) in 1998 zelf een checklist opgesteld met als volledige titel: ‘Technical Standard and Protocol for Companies Supplying Retailer Branded Food Products

Onderdelen van de BRC inspectiestandaard
  1. HACCP systeem
  2. Kwaliteitszorgsysteem
  3. Normen voor de omgeving van de fabriek
  4. Productbeheersing
  5. Procesbeheersing
  6. Personeel

Deze checklist kan door een geaccrediteerde organisatie ter plaatse gecontroleerd worden, waarna een certificaat aan de leverancier wordt afgeleverd.

Deze checklist bevat eisen op 2 niveaus: basis (Foundation level) en hoger (Higher level). Daarnaast bevat ze ook aanbevelingen (Recommendations for Good Practice). Certificaten kunnen worden toegekend voor Foundation en voor Higher level.

Het BRC systeem is zeer dynamisch: versie 3 is in april 2002 gepubliceerd en is verplicht vanaf 31 juli 2002. Toeval of niet, bij iedere wijziging wordt de norm iets strenger (bv: punten gaan van Higher naar Foundation level).

Het Nederlands model (HACCP-certificatie)

Omdat de wetgeving met de eisen van HACCP te weinig houvast bood voor het certificeren van een HACCP-systeem, hebben de certificerende organisaties in Nederland, in samenwerking met de controlerende overheden, een auditeerbaar en certificeerbaar systeem ontworpen onder de naam ‘Criteria voor het toetsen van een operationeel HACCP-systeem’ (1996). Dit systeem, gewoonlijk kortweg HACCP-certificatie genoemd, moest aan klanten en overheidsinstanties een gerechtvaardigd vertrouwen geven in de beheersing van productveiligheid.

Zodra dit systeem gepubliceerd was, hebben de Nederlandse distributeurs, met als voortrekker Albert Heijn, HACCP-certificatie verplicht gesteld voor alle leveranciers van private label producten, zowel uit Nederland als uit andere landen. Versie 2 is gepubliceerd in 1998, een nieuwe versie is in de maak.

Het verwijt aan HACCP-certificatie is dat de risico-evaluatie te diepgaand is en dat de algemene hygiëne-eisen geen verplichting zijn, maar enkel voortvloeien uit de risico’s.

Recent heeft Albert Heijn de verplichting van HACCP-certificatie omgezet in de eis om te voldoen aan BRC.

Onderdelen van HACCP-certificatie
  1. Verantwoordelijkheid directie in verband met productveiligheid
  2. Productinformatie
  3. Procesinformatie
  4. Gevaren, risico’s en beheersmaatregelen
  5. Kritische beheerspunten
  6. Normen en kritische grenswaarden
  7. Monitoring van kritische procesparameters
  8. Maatregelen
  9. Verificatie
  10. Documentatie

De toekomst: haast u langzaam…

Met al deze verschillende circuits is het moeilijk om op voorhand te zeggen wie er uiteindelijk gaat winnen en welke de definitieve norm voor voedselveiligheid zal zijn. Er zijn besprekingen tussen Nederland en Engeland om tot een compromis te komen tussen BRC en HACCP-certificatie. Anderzijds zou ook ISO bezig zijn met het ontwikkelen van een norm inzake HACCP en voedselveiligheid.

De Nederlandse federatie CBL (Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) heeft BRC reeds aanvaard en vertaald. BRC zelf neemt stappen om van hun standaard een internationale norm te maken. De BRC-standaard is dus voor het ogenblik de norm met het grootste draagvlak wat verplichting tot toepassing betreft.

Tenslotte is ook het CIES (Food Business Forum, een internationaal consortium van distributeurs) bezig met een Global Food Safety Initiative. Het zou de ‘moeder van alle normen’ in verband met voedselveiligheid worden, van landbouw over productie tot distributie. Alle andere normen zouden minimum aan het lastenboek van CIES moeten voldoen om nog erkend te worden.

We zien dus dat het volledige landschap over HACCP en voedselveiligheid razendsnel evolueert, vooral onder druk van de grootdistributie. Het is nu nog moeilijk om met zekerheid te zeggen hoe de toekomst eruit zal zien, maar ik kan wel garanderen dat we nog een vijftal jaar zullen moeten wachten op een stabiele en universeel aanvaarde norm voor voedselveiligheid.

De auteur van dit artikel heeft enkele interessante links voor u HIER verzameld.

 

Dr. ir. Paul DEVOS is sinds 1993 tewerkgesteld als senior consultant bij Amelior waar hij dagelijks in contact komt met de ISO 9001-, de ISO 17000 - en voedselveiligheidsproblematiek in grote en kleine organisaties. Een rijke bedrijfservaring haalt hij uit zijn voormalige functie als Quality Assurance Manager en consultant voor de ISO 17000-serie, waarbij hij al 25 instellingen succesvol begeleid heeft naar accreditatie. De heer Devos is sedert 24 jaar externe auditor bij Lloyd’s Register.


Lees hier andere blogberichten van deze auteur...

Contacteer de auteur...

Vragen?...

+32 (0) 56 20 36 23
info@amelior.be