Waarom je als preventieadviseur economisch moet leren denken

februari 2018

De luis in de pels. Zo wordt een preventieadviseur nog vaak omschreven. Onterecht, vindt Amelior-consultant Sim Doolaege, want in essentie dragen de opmerkingen van de preventieadviseur bij tot de goede werking en de groei van de organisatie. Doolaege roept dan ook op tot meer wederzijds begrip. “Ook preventieadviseurs moeten inspanningen leveren om de context van de onderneming te begrijpen. Automatisch zullen ze in de organisatie meer respect krijgen.”

Wanneer ik bij de start van de opleiding preventieadviseur het rondje van de tafel doe, zie ik meestal drie soorten deelnemers: er is de laaiend enthousiaste deelnemer die erop gebrand is alle info op te nemen en ermee aan de slag te gaan, er is de zwerver die niet goed weet waarover het zal gaan maar er toch van overtuigd is dat het allemaal belangrijk is en er is de Chinese vrijwilliger die komt ‘omdat de organisatie iemand nodig had om de opleiding preventie te volgen’. Tot mijn vreugde stel ik vast dat aan het einde van de opleiding de meningen van de drie groepen naar elkaar is toegegroeid, en gelukkig vooral in de richting van het laaiend enthousiasme.

Waarom ik mijn blog met deze analyse start? Enerzijds omdat elke preventiemedewerker of -adviseur een opleidingstraject door moet, veelal vanuit een wettelijke noodzaak. Anderzijds omdat de vooringenomenheid waarmee deelnemers starten, voortvloeit uit de ervaring binnen de eigen organisatie. Dat laatste is het doorslaggevende argument voor het succes van de preventieadviseur van de toekomst.

Van tegenstander naar medestander

Toegegeven, als preventieadviseurs zijn wij niet altijd de beste en leukste collega’s. Wij zijn de kritische noot van de organisatie, de oorzaak van de ijzige stiltes tijdens vergaderingen. Wij zijn het die de uitbundige verkoper duidelijk maken dat de deal van zijn leven niet op een veilige manier kan verlopen en dus niet kan doorgaan. Wij zijn het die de R&D-manager vertellen dat de nieuwe machine niet aan de veiligheidsrichtlijn voldoet. En wij zijn die het enthousiasme van werkgevers in de kiem smoren omdat bepaalde documenten niet in orde zijn.

Dat de verhouding moeilijk is, heeft te maken met de tegengestelde doelen van ondernemingen en preventieadviseurs. Terwijl ondernemen in essentie draait om risico nemen, is het aan ons, preventieadviseurs, om risico’s te verminderen en waar mogelijk zelfs te ‘elimineren’. Uiteraard ligt dit lastig.

Toch is er ook goed nieuws, want de tegenstelling tussen beide partijen is lang niet meer zo groot als ze geweest is. Werkgevers begrijpen intussen dat preventie bijdraagt aan de goede werking en de continuïteit van de bedrijfsvoering. Meer en meer beschouwen ze de preventiedienst als een volwaardige partner in de organisatie. Om tot dat punt te komen, waren (en zijn nog altijd) heel wat inspanningen nodig. Werkgevers hebben die kritische noot moeten leren aanvaarden en mee durven opnemen bij de evaluatie van de dagelijkse werking van de onderneming.

Eenzelfde evolutie zie je bij de preventieadviseurs. Zij beseffen dat ze zich niet alleen in de technische kennis van arbeidsveiligheid, maar ook in de ‘economische aspecten’ van de onderneming moeten bekwamen. Door zich in die bedrijfsvoering te verdiepen, begrijpen ze immers beter wat de organisatie nodig heeft om te groeien en waarom bepaalde risico’s genomen worden. Wanneer preventiemedewerkers de context van de onderneming beter vatten, kunnen ze beter advies geven en zullen ze bij de collega’s makkelijker steun vinden. Het uiteindelijke resultaat is dat de preventiedienst meer in de organisatie geïntegreerd raakt.

Zonder twijfel zal de evenwichtsoefening altijd moeilijk blijven. Maar dat de discussie tussen preventieadviseurs en ondernemer er kan zijn, is op zich al een stap vooruit.

De context integreren in het preventiebeleid

Wat betekent het nu voor een preventieadviseur om meer inzicht te krijgen in de context van een organisatie? Wat moet hij in essentie weten om een snelle evaluatie van de omstandigheden te maken en te oordelen of tegenmaatregelen wenselijk zijn?

Neem het van mij aan, een uitgebreide managementcursus heb je hiervoor niet nodig.  Eigenlijk zijn er maar drie vragen waarop je moet kunnen antwoorden:

  1. Hoe groot is het verlies (economisch, menselijk, maatschappelijk, ….)?

Ga na welke schade je zou lijden als je bepaalde preventiemaatregelen niet zou nemen. Voor elke onderneming is dit anders. Het hangt af van de aard van de activiteit, de maturiteit van de onderneming, het engagement tegenover mens en maatschappij, …

  1. Heb ik directe invloed op de oorzaken van het risico?

Denk na over het effect van een preventiemaatregel. Besef dat je sommige risico’s helemaal niet in de hand hebt, hoe ver je  ook wil gaan met je preventiemaatregelen. Hoe zinvol is het bijvoorbeeld om al je vertegenwoordigers op rijcursus te sturen?
Na afloop zullen er nog altijd ongevallen gebeuren. Dat risico kun je nooit helemaal uitsluiten.

  1. Welke inspanningen zijn nodig om het risico te beperken of uit te sluiten?

Vraag je af of de inspanningen het wel waard zijn. Staan ze in verhouding tot het uiteindelijke resultaat? Voor een KMO is het bijvoorbeeld een erg grote investering – in geld, tijd en middelen - om een veiligheidsmanagementsysteem te installeren. De context voor die KMO verandert wanneer klanten dit als voorwaarde stellen om te mogen leveren. Investeren ze niet in zo’n systeem, dan betekent het dat ze klanten zullen verliezen. De inspanning is in dat geval wél noodzakelijk. 

RiskPentagon



Als preventieadviseurs moeten wij dus zelf proactief een stap in het ondernemerschap zetten en ons meer in de organisatie nestelen. Door onze risicobeheersing meer multidisciplinair te kaderen, creëren we raakvlakken met de andere actoren in de organisatie… de context. Het is zeker niet nodig om je huidige systeem helemaal overboord te gooien. Essentieel is dat je twee aspecten - het effect/invloed en de inspanningsfactor - toevoegt, net zoals uitgebeeld in het RiskPentagon© hiernaast.