Kwaliteitsbewaking van opleidingen

november 2006

Wie zoals Amelior gecertificeerde opleidingen verzorgt voor de federale overheid, moet rekening houden met het unieke valideringsproces dat OFO-IFA op punt heeft gesteld.

"Dat valideringstraject is gegroeid toen ons werd gevraagd voor een aantal specifieke functiefamilies opleidingen op te zetten in 2003, bijvoorbeeld voor informatica-assistent, laborant, verpleegster, trainer, onderhoudsverantwoordelijken, kinderverzorgsters en dergelijke meer, in het kader van de administratieve hervorming" aldus Pierre Ramelot, projectleider bij OFO-IFA (Opleidingsinstituut van de Federale Overheid). "We wilden daar echte vakopleidingen van hoge kwaliteit van maken. Daarom hebben we eerst gesprekken gevoerd met experten van de administratie van de federale overheid uit de diverse domeinen. Daarin hebben we gepeild naar de exacte functie-inhoud. Want neem het voorbeeld van een verpleegster. Zij zal over verschillende bijkomende vaardigheden moeten beschikken naargelang ze werkt in een administratie of een open of gesloten centrum. In het laatste geval zal ze bijvoorbeeld meer moeten afweten over bepaalde exotische ziekten alsook over multiculturele communicatie.Terwijl we in het eerste geval de opleiding centraliseren rond deontologie en de oriëntatie van de "client" ten opzichte van de toegepaste diensten (hulp aan personen)."
In een tweede stap werd met de experten vastgelegd welke meerwaarde de opleiding voor hun organisatie zou betekenen. In het voorbeeld van de verpleegster: ze zal in staat zijn preventieve collectieve of individuele maatregelen te nemen om besmetting te voorkomen.
Pierre Ramelot: "Gecertificeerde opleidingen zijn geen basisopleidingen. De meerwaarde voor de organisatie moet duidelijk zijn in de opleidingsfiche (zie figuur 1). Anders wordt de opleiding niet gegeven."



figuur1 : Fiche met gedetailleerde beschrijving van een
gecertificeerde opleiding Niveau B

Valideringscommissie

Na het opstellen van de opleidingsfiche komt de keuze van de trainers. "Voor het geven van dergelijke gecertificeerde opleidingen doet de federale overheid zowel beroep op eigen medewerkers die in een bepaald domein expertise hebben opgebouwd, als op externe trainers," aldus directeur Sandra Schillemans. Interne medewerkers worden bijgeschoold via de programma's 'Train the trainer' en 'Train the tester', omdat zij niet noodzakelijk over de nodige pedagogische bekwaamheden beschikken. Beide categorieën moeten wel aan de normen van OFO-IFA voldoen"
Die valideringscommissie bestaat uit een opleidingsexpert van OFO-IFA, een evaluatie-expert (docimoloog), een vakexpert(en) uit de administratie en een expert die betrokken was bij het opstellen van de functiefamilies (DG Personeel - P&O). De opleiding wordt gevalideerd volgens 7 criteria.
Zo zal een valideringscommissie eerst beoordelen of de opleiding overeenstemt met de op het terrein uit te voeren taken.
Een tweede valideringscriterium is het nagaan of er in de opleiding een punt is voorzien waarop de deelnemer kan bewijzen dat hij/zij met de verworven kennis een probleem kan oplossen. Pierre Ramelot: "Laboranten zullen bijvoorbeeld een slecht georganiseerd laboratorium zodanig moeten aanpassen dat het aan de eisen van de wetgeving beantwoordt en rekening houdt met biologische, chemische en/of ioniserende risico's."

Taxonomie van Bloom

Een derde te valideren punt is dat van de leerdoelstellingen. Om de grootst mogelijke helderheid en coherentie te verzekeren voor de valideringscommissie, moeten de leerdoelstellingen en evaluatiecriteria worden opgesteld aan de hand van de taxonomie van Bloom. (zie figuur 2)

 

figuur2 : taxonomie van Bloom

Pierre Ramelot: "Die taxonomie wordt onder meer door Microsoft gebruikt en test de verschillende cognitieve niveaus die men tijdens het leerproces doorloopt. Alle deelnemers aan gecertificeerde opleidingen worden trouwens op hetzelfde cognitieve niveau getest in functie van hun niveau (A, B, C of D) en de leerdoelstellingen."
Om er zeker van te zijn dat de trainers de taxonomie goed toepassen bij het opstellen van de testen, doet OFO-IFA beroep op docimologen (experten in kwaliteitsbewaking van testen, ook wel methodologen genoemd). Zij ontwierpen een specificatietabel (zie figuur 3), een tool waarmee de samenstellers van de opleiding kunnen afchecken of een bepaald cognitief niveau is bereikt. Pierre Ramelot: "Die methodiek maakt het mogelijk feedback te geven aan de trainee. Dit laat toe om een diagnostische evaluatie te doen (bijv. ik kan uitleggen aan een deelnemer dat hij de formule niet correct toepast omdat hij ze niet kent of niet juist begrepen heeft ).


figuur3 : specificatietabel

Een tweede tool is het opleidingsprogramma. De trainers krijgen een in te vullen template (zie figuur 4) met daarin het uurrooster, de behandelde topics, de opleidingsvorm (ex cathedra, rollenspel, groepswerk …). "Uiteraard vertrekken zowel de specificatietabel als het opleidingsprogramma vanuit de leerdoelstellingen," stelt Sandra Schillemans. "Er is dus automatisch een link tussen beide."


Informatie

figuur 4 : Template opleidingsprogramma

Als vijfde criteria dient ook de betrouwbaarheid van de opleiding/opleiders gevalideerd te worden. Dat kan na het voorleggen van referenties of ook door het duidelijk aantonen van de link tussen leerdoelstellingen en inhoud van de opleidingen.
En gezien het om de federale overheid gaat, moet men de valideringscommissie ook kunnen bewijzen (zesde criterium), dat de opleiding en de testen in beide landstalen identiek zijn. Wat heel wat overleg vergt tussen de opleiders. Ten slotte is er de test.

De test getest

Terwijl de opleiding loopt moet de docent de test voorbereiden. Eerst legt hij zijn specificatietabel voor aan de docimologen. Na validering stelt hij de uiteindelijke examenvragen op, die hij opnieuw aan de docimologen voorlegt. Zij kunnen er bijvoorbeeld op wijzen dat er te veel vragen zijn rond een bepaald onderdeel, te weinig of geen rond een ander onderwerp (herlezing a priori). Ze onderzoeken de vragen (QCM) volgens 20 opgestelde criteria. De test zelf wordt altijd door IFA-OFO afgenomen, voor iedereen op dezelfde dag en hetzelfde uur.
Sandra Schillemans: "Naast multiple choice gebruiken we nu ook meer en meer andere testvormen. Bijvoorbeeld open vragen. Voor onze opleiding 'Train the trainer' hebben we dan weer gevraagd te presenteren hoe zij een opleiding zouden opbouwen. In feite komt het erop neer de testvorm te doen aansluiten op de leerdoelstelling."
Er is ook een post-test evaluatie (herlezing a posteriori) door de docimologen. Pierre Ramelot: "Zij kunnen bijvoorbeeld vaststellen dat alle beste kandidaten op een bepaalde vraag een verkeerd antwoord hebben gegeven. Dat kan onder meer wijzen op een dubbelzinnige formulering. Gezien het voorafgaande valideringsproces gebeurt dat zelden of nooit, maar de mogelijkheid bestaat dat we die vraag schrappen."
Zowel na de opleiding als na de test wordt bij de deelnemers gepeild naar hun tevredenheid.
Het eindpunt van de cyclus is dan het bekendmaken van de resultaten. Geslaagde kandidaten krijgen een jaarlijkse bruto-bonus variërend van 1.800 tot 3.000 euro (in functie van hun niveau), gedurende een periode van drie tot acht jaar. Voor ambtenaren van niveau A is het succesvol doorlopen van een gecertificeerde opleiding ook een voorwaarde om promotie te kunnen maken. Een stimulans dus om zich voortdurend bij te scholen.