Kwaliteitszorg in het onderwijs

december 2000

In dit nummer bekijken we kwaliteitszorg in de welzijns- en gezondheidszorg en in het onderwijs. In de eerste sector werd kwaliteitszorg van hogerhand opgelegd. Op onderwijsvlak is dat vooralsnog niet het geval. Hoever staat IKZ daar?

In het onderwijs bestaat wel een zogenaamd 'onderwijskwaliteitsdecreet', dat werd uitgevaardigd in 1991. De overheid wilde daarmee een nieuw systeem invoeren om zo de kwaliteitsbewaking van het onderwijs te verzekeren.

Dat systeem berust op drie pijlers. Een eerste pijler zijn de eindtermen, de norm die slaat op het geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die bij de leerling moeten nagestreefd worden en die hij/zij geacht wordt verworven te hebben bij het einde van de studies.

Een tweede pijler is de controle op de scholen op het bereiken van die eindtermen. De derde pijler omvat de gespecialiseerde pedagogische adviseurs waarop de scholen beroep kunnen doen om hen te helpen die eindtermstandaarden te halen.

IKZ: doorbraak in de jaren '90

Volgens Peter Michielsens, coördinerend inspecteur-generaal onderwijs, is er al in de jaren '70 een eerste opstoot van IKZ geweest in het onderwijs: "Ik herinner me bijvoorbeeld inspanningen aan de UIA. Maar het verwijt was toen dat men zich teveel liet inspireren door het bedrijfsleven en te weinig rekening hield met de eigenheid van het onderwijs. In de tachtiger jaren hield men zich in onderwijsmiddens vooral bezig met de discusssie over de onderwijstypes (type I of VSO versus type II of traditioneel onderwijs). Pas naderhand is er volop weer aan IKZ gewerkt. Trouwens ook in andere landen. Overal begint men in te zien dat kwaliteit van het onderwijs niet de som is van de kwaliteit van de leraars."

Midden de jaren '90, ter gelegenheid van de schaalvergroting van het hoger onderwijs, begon de filosofie te overheersen dat de scholen zelf verantwoordelijkheid moesten nemen op het vlak van kwaliteitszorg. "Vanaf dan zag je ook dat consultantsorganisaties gespecialiseerd in IKZ, voor het onderwijs belangstelling begonnen te tonen. Zo ontwierp een projectgroep samen met hogeschooldirecties een kwaliteitsevaluatiesysteem (Proza)voor onderwijs, gebaseerd op het EFQM-model. Op basis van het doctoraal proefschrift van prof.Van Petegem (UIA) ontstond een ander populair geworden model, namelijk IZES. Andere hogescholen ontwierpen dan weer andere systemen, toepasbaar voor zichzelf en/of secundaire scholen. Een toenemend aantal scholen en hogescholen in Vlaanderen haalde trouwens al een ISO-kwaliteitscertificaat. Wat bewijst dat er heel wat leeft."

Spontane initiatieven

De overheid speelt op het vlak van interne evaluaties van scholen geen sturende rol. Alleen voor het hoger onderwijs is er wel een decreet dat stelt dat het voeren van een kwaliteitsbeleid tot de kerntaken behoort. Maar in de andere onderwijsinstellingen worden toch ook spontaan kwaliteitsinspanningen geleverd. In de beleidsverklaring van minister Vanderpoorten staan trouwens wel een aantal passussen, waarin aangekondigd wordt dat die inspanningen zullen aangemoedigd worden.

Peter Michielsens: "Zo is er uit een onderzoek gevoerd onder het vorige kabinet een handboek gegroeid voor interne evaluatie, dat we naar de secundaire scholen hebben gestuurd. We geven dus prikkels, maar leggen niets op. Wat ook te maken heeft met het feit dat de scholen van overheidswege al meer dan genoeg opgelegd krijgen."

In de toekomst zal de inspectie wel meer en meer rekening houden met wat er op het vlak van evaluatie en interne kwaliteitszorg gebeurt. "Wat de scholen zelf hebben geëvalueerd moeten wij immers niet meer doen. We moeten dan alleen controleren of het evaluatiesysteem deugdelijk is," stelt Peter Michielsens. "Een schooldirectie kan trouwens zelf beslissen om binnen de enveloppe werkingsmiddelen bijvoorbeeld 10 uren vrij te maken voor een kwaliteitscoördinator, in plaats van die uren te besteden aan kleinere klassen."

Kwaliteitsmodellen als ISO en EFQM die voor profit-organisaties werden ontwikkeld zijn volgens Peter Michielsens niet klakkeloos over te nemen. "Er is zeker een vertaalslag nodig. Want we mogen absoluut de eigenheid van het onderwijs niet vergeten, de eigen doelstellingen. Daardoor is ook de resultaatmeting helemaal anders. Want het verwachtingspatroon van ouders over een school kan sterk uiteenlopen.Het ene ouderpaar kan de best mogelijke voorbereiding op de hogeschool verwachten, het andere kan van de school verwachten dat hun kind er gelukkig is. Of dezelfde ouders kunnen voor verschillende van hun kinderen andere verwachtingen koesteren."

Peter Michielsens ziet in de toekomst IKZ dieper doorgroeien in het onderwijs, met ook kwaliteitshandboeken, procedures ..enz. Hij vindt het een goede zaak dat zulks niet wordt opgelegd, maar vanzelf zal ontstaan. "Verordeningen zouden leiden tot een louter formalistische aanpak van IKZ, zonder inhoudelijke draagkracht, zonder overtuiging dat het een noodzaak is. Dus zonder dat het echt tot kwaliteitsverbetering leidt."

 

DE ONDERWIJSINSPECTIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP De onderwijsinspectie telt een 160 inspecteurs die in alle schoolnetten de basis- en secundaire scholen controleren, alsook het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en de Centra voor leerlingenbegeleiding(voormalige PMS-centra). De kerntaak is de doorlichting van scholen m.b.t. het bereiken van de eindtermen en m.b.t. de maatschappelijke doelen van het onderwijs. Daarnaast heeft de inspectie ook een aantal toezichtsopdrachten, zoals toezicht op de onderwijstijd, de controle op de geschiktheid van niet-pedagogisch geschoolden om op basis van hun bedrijfservaring les te geven, enz. De doorlichting op de eindtermen gebeurt niet via een toets van de leerlingen. Het is een doorlichting van de school vanuit pedadogisch standpunt en met een internationaal referentiemodel (CIPO). Dit ondermeer om te zien of de school voldoende waarborgen biedt voor het halen van de eindtermen. Er wordt bijvoorbeeld geaudit op leerlingenbegeleiding, op welgevoelen van leraars en leerlingen, op het management van de school, men kijkt hoe de slaagcijfers eruit zien van de oud-leerlingen in het hoger onderwijs, hoe het zit met hun tewerkstelling, … Het is aan de hand van het auditverslag dat de onderwijsminister beslist over de al dan niet erkenning van een school. Wat zijn gevolgen heeft voor de subsidiëring en voor de civielrechterlijke erkenning van de diploma's, zowel in België als internationaal.