MES II : meer denkwerk voor de bedrijfsleiding

februari 2003

Door de toepassing van de Europese regelgeving zullen nu meer bedrijven door de Directie Chemische Risico's geaudit worden op basis van het MES II. Dat kan zowel een tool worden voor een beter veiligheidsbeheer als een bijkomende last.

'

Sinds 26 juni 2001 is ook bij ons de Seveso II-richtlijn van kracht. De richtlijn vereist dat bedrijven met een risico op zware ongevallen, waarbij bepaalde chemische stoffen zijn betrokken, over een ‘gedocumenteerd preventiebeleid moeten beschikken dat op een systematische manier in de praktijk wordt gebracht'.

Heel wat meer bedrijven dan de puur chemische zijn aan de richtlijn onderworpen. Met name alle bedrijven die een eerste lage drempel van een hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen overschrijden (onder aanwezig wordt verstaan: aanwezig als grondstof, product, bijproduct, residu of tussenproduct). Zij vormen de zogenaamde drempel 1 - bedrijven. Ze worden ondermeer gecontroleerd door de Directie Chemische Risico's van het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling. Die gebruikt daarvoor een eigen ontwikkeld MES II-audit instrument (Metatechnisch Evaluatiesysteem), dat men begon toe te passen in 2002.

Open vragen

Het MES I was gebaseerd op de ISO 9001 norm en werkte met gesloten vragen: “Hebt U een procedure voor …?”. Het MES II is gebaseerd op een Risicobeheersingsmodel en werkt met open vragen “Hoe verzekert U dat …?”. Bedrijfsleiders moeten dan ook nog meer dan vroeger nadenken over de risico's van hun bedrijfsactiviteiten en over hoe een hoog beschermingsniveau kan verzekerd worden. Dit vereist zowel beleidsmatige maatregelen, als specifieke maatregelen m.b.t. preventie en bescherming.

Voor de grote petrochemische bedrijven zal MES II waarschijnlijk geen problemen opleveren. Zij hebben ervaring met MES I en hun veiligheidssystemen zijn ‘top of the bill'.

“Maar een aantal bedrijven werden of zullen worden geconfronteerd met bijkomende en strengere eisen en verplichtingen. Zij zullen hun veiligheidsmanagement dus moeten aanpassen,” stelt Lucien Van Acker, senior consultant van Amelior. “En waarschijnlijk zullen zij vooral daar moeilijkheden ondervinden waar de Directie Chemische Risico's in het kader van MES I tekortkomingen vaststelde: design van procesinstallaties, inspectie en onderhoud, werkvergunningen, noodplanning, operationele procedures en instructies, veiligheidsbeheerssystemen en interne audits”.

Communicatie met de auditors

Elke auditor is verschillend. Of ze nu van certificatie-instellingen komen of van de Directie Chemische Risico's, de ene is kritischer dan de andere. Wat ze wel gemeen hebben is dat ze een andere taal spreken dan de personen waarmee ze tijdens hun audit in contact zullen komen. Een designer bijvoorbeeld redeneert vanuit een andere filosofie, gebruikt een andere terminologie. Een eigen proefaudit, die door het MES trouwens wordt gevraagd, kan een nuttige oefening zijn om de communicatiekloof te overbruggen. Het is eveneens aan te raden om de MES audit vragenlijst op voorhand in te vullen om goed voorbereid te zijn op het gesprek met de auditors, en om zelf al te kijken waar er knelpunten zouden kunnen zijn (het handboek MES II is gratis te verkrijgen bij de Afdeling van het toezicht op de chemische risico's Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Ernest Blerotstraat 1
1070 Brussel tel.: 02/233 45 12 fax: 02/233 45 69 e-mail: 
crc@werk.belgie.be)

De audits uitgevoerd door de Directie Chemische Risico's worden globaal als streng maar heel professioneel ervaren. De ervaring leert zelfs dat de MES-auditors niet uitsluitend als boemannen moeten worden gezien. Hun inbreng kan het veiligheidsbeheerssysteem helpen verbeteren. Zij denken heel ver mee op beheersmatig en technisch vlak, bijvoorbeeld om risico-analyses voor nieuwe installaties te ontwikkelen. Sommigen vinden dat zij daarin wel eens te ver durven gaan. A passion for Excellence?

Onaanvaardbare risico's bij nieuwe en gewijzigde installaties

Op het vlak van ontwerp van procesinstallatie zullen de auditors wel altijd iets kunnen vinden. Als het om grote projecten gaat worden de procedures immers strikter nageleefd dan bij kleine aanpassingen. Dat kan bijvoorbeeld liggen aan de creativiteit van de ontwerpers. Bovendien wordt bij de realisatie van het project nogal eens van het basisontwerp afgeweken. Theoretisch zou bij elke afwijking een nieuwe risico-analyse moeten worden uitgevoerd. Maar wie doet dat consequent? Het is ook de vraag welke methodiek van risico-analyse de auditors zullen aanvaarden. Moet de methode van de Directie Chemische Risico's gevolgd worden of zal ook de eigen methodiek worden aanvaard? De praktijk zal het uitwijzen.

In elk geval is een formele procedure nodig voor het ontwerpen en wijzigen van procesinstallaties, en moet de risico-analyse een integraal onderdeel vormen van het designproces. Bovendien moeten criteria gehanteerd worden bij de formele risico-evaluaties. De ervaring van de MES I audits leert dat deze zaken dikwijls ontbreken. Het MES legt tevens een periodieke herziening op van de risico-analyse. Zoals ook de ISO 9001 regelmatige herziening van het kwaliteitssysteem oplegt. Op het vlak van veiligheid zit die gewoonte nog niet echt in onze bedrijfswereld ingebakken.. Ook al omdat interne safety-audits veel tijd in beslag nemen en de productie in het gedrang kunnen brengen. Vandaar het belang om voor deze periodieke herziening van de risico-analyses een planning op te stellen en deze op te volgen.

Veiligheid als driver voor inspectie en onderhoud

Door de dwang van de productie en door tijdsgebrek van de verantwoordelijken schieten onze bedrijven volgens de Directie Chemische Risico's ook tekort op het vlak van inspectie en onderhoud. Vaak is er zelfs geen identificatie van veiligheidskritische items. Dat is met name het geval voor oudere installaties, omdat daar nooit een risico-analyse op werd uitgevoerd. Maar als ze bestaan ontbreken vaak regels voor de frequentie van inspectie en onderhoud en is er geen programma en/of formele planning van follow up.

Bij inspectie houden bedrijven vaak te weinig rekening met de resultaten. Er wordt geen actie ondernomen als een fout keer op keer wordt vastgesteld. Of men vermindert de controlefrequentie niet als er nooit geen fout wordt opgemerkt. Veel bedrijven zitten wat dat betreft trouwens op een schat van informatie, doordat ze meerdere gelijkaardige installaties exploiteren. De Directie Chemische Risico's zal nagaan in hoeverre deze informatie uitgewisseld wordt, zeker als het gaat om preventieve maatregelen n.a.v. technische incidenten of arbeidsongevallen.

Risico-analyse bij werkvergunningen

Op het vlak van werkvergunningen stelde de Directie Chemische Risico's in het verleden een gebrek aan risico-analyse vast en/of een gebrek aan documentatie van risico-analyses, geen regels voor het bepalen van de te nemen veiligheidsmaatregelen, een slechte omschrijving van de te nemen maatregelen en een gebrekkige opvolging. Het is duidelijk dat er op dat vlak veel meer geformaliseerd zal moeten worden. Zowel wat betreft vergunningen voor eigen medewerkers als voor externen. Maar daarnaast moet ook in de realiteit tot op de werkvloer een groter veiligheidsbewustzijn groeien. Een bestaande checklist voor het uitvoeren van een werk, hoe klein ook, moet ook daadwerkelijk worden afgepunt.

Het uitschrijven van werkvergunningen moet wel beperkt blijven tot uitzonderlijke werkzaamheden. Voor de frequentere moet men kunnen terugvallen op werkinstructies. Voor de hoogrisico-activiteiten met bijzonder ernstige gevolgen blijft een werkvergunning aangewezen.

Checklists met te nemen maatregelen moeten idealiter door de productieverantwoordelijken worden opgesteld. Wettelijk is veiligheid trouwens een verantwoordelijkheid van de hiërarchische lijn. In de praktijk legt men het werk en de verantwoordelijkheid nog te vaak bij de preventieadviseur, omdat men de productiemensen niet wil overbelasten.

 

Met dank aan de mensen die informatie leverden voor dit artikel: Hans Vroman, safety manager EOC; Joris Vangeel, EHS manager Corus Aluminium Rolled Products; Patrick Van Hende, EHS manager Air Products; Koen Thomas; Danny De Baere, Directie Chemische Risico's; Thierry Uyttenhove, domeinverantwoordelijke Veiligheid Amelior; Lucien Van Acker, senior consultant Amelior.

VCA Checkpunt 2.4.2 van het MES II luidt als volgt: "Hoe verzekert de onderneming dat derde ondernemingen waarvan men kan weten dat ze de verplichtingen inzake veiligheid niet naleven, worden geweerd?” Het MES II geeft als maatregel aan dat ‘nieuwe derden' moeten doorgelicht worden op basis van veiligheid. Tevens moet dit periodiek gebeuren. Een antwoord hierop kan zijn dat men enkel met VCA-gecertificeerde derden (aannemers) werkt. Het MES vermeldt als mogelijk criterium immers ‘nagaan of de derde beschikt over een VCA-certificaat' Vaak hebben deze aannemers niet de middelen en knowhow om een VCA-systeem op te zetten. Een oplossing kan erin bestaan dat opdrachtgevende (Seveso)bedrijven deze aannemers samenbrengen en ze in groep door Amelior laten begeleiden in de opzet van een veiligheidssysteem conform VCA. Ook op het vlak van individuele begeleiding naar VCA kan Amelior tal van referenties voorleggen.