De nieuwe Seveso III-richtlijn: grondige wijzigingen

november 2012

Naar aanleiding van een zwaar industrieel ongeval in 1976 in Italië (Seveso), kwam de Europese richtlijn over de risico's van industriële ongevallen tot stand. Het doel van deze richtlijn is regels vastleggen voor de preventie van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en het milieu beperken.

De Seveso-regelgeving is reeds verschillende jaren geïmplementeerd in de Europese Unie en is inmiddels aan de 3de revisie toe, ditmaal zonder dat er een zwaar ongeval aan de basis van de herziening lag. Die Seveso III richtlijn verscheen op 24 juli 2012 in het Europese publicatieblad en moet tegen 1 juni 2015 omgezet worden in Belgisch recht.

Conformiteit met CLP

Of uw organisatie al dan niet moet voldoen aan de Seveso-wetgeving hangt af van de indeling en hoeveelheid van de stoffen die gebruikt, vervaardigd of opgeslagen worden.
De meest in het oog springende wijziging is de overeenstemming van de Seveso-richtlijn met de bepalingen van de CLP- (Classification, Labelling and Packing) verordening. De CLP-verordening introduceert nieuwe gevarenklassen en –categorieën die slechts gedeeltelijk overeen komen met indeling uit eerdere richtlijnen. Belangrijk is dus de omzetting van de bijlage I van de Seveso II-richtlijn naar CLP. In Seveso III wordt de volgorde van de 2 delen van bijlage 1 aangepast, zodat de groep met uitzonderingen als laatste komen. Deze nieuwe indeling leidt tot verschuivingen en er komen ook nieuwe categorieën bij, zoals ontvlambare aerosolen.
De wijziging van de huidige Seveso II-richtlijn in functie van de CLP-verordening werd door Europa ook aangegrepen om een ruimere revisie van de betrokken richtlijn uit te voeren.

Nieuwe verplichtingen

De lidstaten zijn nu verplicht om een systeem van inspecties te ontwikkelen. Alle inrichtingen moeten regelmatig geïnspecteerd worden, maar de inspecties zelf moeten afgestemd worden op het soort inrichting.
Hoogrisicobedrijven zullen voortaan minstens eenmaal per jaar geïnspecteerd worden en de andere Seveso-bedrijven minstens eenmaal om de drie jaar, tenzij er door de inspectiedienst een inspectieprogramma is opgesteld op basis van een systematische beoordeling van de gevaren op zware ongevallen van de betrokken bedrijven. Bijkomende inspecties zullen uitgevoerd worden bij ernstige klachten of als blijkt dat de regels niet gevolgd worden.
Verder zorgt Seveso III voor extra verplichtingen voor de exploitanten:

  • De exploitanten moeten gegevens doorspelen over naburige inrichtingen en bedrijven die op zich niet onder Seveso vallen maar die wel het risico of de gevolgen van een zwaar ongeval vergroten, de zogenaamde domino-effecten. 
  • De ondernemingen moeten duidelijk verstaanbare informatie publiceren via het internet, die het publiek informeert over de risico´s van de onderneming. Ook garandeert de nieuwe reglementering publieksparticipatie bij thema's als bedrijfsuitbreiding en noodplanning. Bijlage V bevat een lijst met alle gegevens die permanent ter beschikking van het publiek moeten staan. Terwijl in Seveso II dit beperkt was tot de hogedrempelinrichtingen, bevat Seveso III een algemeen deel voor alle inrichtingen en een 2de deel specifiek voor de hogedrempelinrichtingen.
    Nieuw is ook dat het publiek in beroep kan gaan wanneer geweigerd wordt informatie door te geven of in geval van weigering in de participatie van de besluitvorming. 
  • Ook het preventiebeleid inzake zware ongevallen moet periodiek om de vijf jaar geëvalueerd worden. Er wordt ook expliciet gevraagd naar maatregelen om het personeel meer en meer bewust te maken van het feit dat er voordurende verbetering nodig is.

Het is duidelijk dat Seveso III meer is dan Seveso II met CLP-terminologie.
Bedrijven die vroeger niet ingedeeld werden als Seveso-inrichtingen kunnen dit bij omzetting van deze richtlijn nu wel worden.

Dr. Herlinde Beerens studeerde scheikunde en behaalde daarna een doctoraat in de scheikunde aan de Universiteit Gent. Ze was gedurende 5 jaar werkzaam bij het Centrum voor Externe Veiligheid en vuurwerk (RIVM, Bilthoven (NL)) als wetenschappelijk adviseur externe veiligheid. Sinds juli 2007 is ze manager vormings- en opleidingsprogramma's bij Amelior en verantwoordelijk voor de opleidingen in de domeinen Veiligheid en Milieu.


Lees hier andere artikels van deze auteur...

Contacteer de auteur...