Nieuwe wet op coördinatie van tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

februari 2002

De nieuwe wetgeving maakt het interessant om binnen uw organisatie een zorgsysteem uit te werken waarin veiligheid, gezondheid en welzijn geïntegreerd zijn en waarin bijzondere aandacht gaat naar de ontwerpfase. Zo kan men alle elementen van de wet logisch en efficiënt naar de praktijk vertalen.

De bouwsector is een sector met veel en met zware arbeidsongevallen. Elk bouwproject is uniek omwille van de typische wensen van de gebruiker en de ontwerper. Bovendien worden bouwprojecten gekenmerkt door steeds kortere termijnen en samenwerking tussen talrijke aannemers. De bouwplaatsen hebben een tijdelijk en evolutief karakter Zij veranderen voortdurend en brengen steeds nieuwe risico's met zich mee. Hierdoor komt de veiligheid tijdens de bouw- en gebruiksfase steeds meer in het gedrang. Daarom heeft de overheid, in navolging van de Europese richtlijn, de wetgeving 'Veiligheidscoördinatie voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen ' in het leven geroepen.

De omzetting van deze richtlijn bevat essentiële nieuwigheden die de veiligheid, de gezondheid en het welzijn op de bouwplaats, waar werken worden uitgevoerd door meerdere aannemers, moeten verbeteren. Het gehele bouwproces wordt betrokken in deze regelgeving: van architecturale keuzes tot het gebruik en zelfs de afbraak van het bouwwerk.

Pas onlangs raakten alle bepalingen gekend. In dit artikel geven we u een bondig overzicht.

Waarom een nieuwe wetgeving?

In de welzijnswet (kaderwet voor alle bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk) is een afzonderlijk hoofdstuk opgenomen over bouwplaatsen. Met name 'Hoofdstuk 5: Bijzondere bepalingen betreffende tijdelijke en mobiele bouwplaatsen '.

De bepalingen ervan leggen de grondslag voor de uitvoering van de Europese richtlijn 92/57/EEG betreffende de minimum voorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen. De verplichtingen treden in werking via een specifiek uitvoeringsbesluit; met name het KB 25/01/01 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.

een tweede, zeer recent gepubliceerd KB (het KB 19/12/01 - BS 23/01/02) regelt de vormingsvereisten en de voorwaarden van de opleidingen voor veiligheidscoördinatoren.

Het doel is uiteraard een pak ongevallen voorkomen door:

  • integratie van veiligheid en gezondheid in het ontwerp en de planning van de werken (dus vanaf de tekenplank);

  • coördinatie tussen de verschillende aannemers die gelijktijdig of achtereenvolgens werken uitvoeren op eenzelfde bouwplaats.

De coördinatie is verplicht voor alle bouwwerken die door minstens twee aannemers tegelijk of achtereenvolgens worden uitgevoerd. Het KB 25/01/01 is van toepassing op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen aangegeven in kader 1.

Welke 'coördinatie-instrumenten ' moeten gebruikt worden en welke aanvullende vorming de coördinator moet volgen, is dan weer afhankelijk van de aard en omvang van de tijdelijk of mobiele bouwplaats (zie flowchart in kader 3). Voor bouwplaatsen waar het KB niet van toepassing is, moet wel de welzijnswet (Hoofdstuk III & IV) gerespecteerd worden (bijzondere bepalingen betreffende tewerkstelling op éénzelfde arbeidsplaats & betreffende werkzaamheden van ondernemingen van buitenaf).

Hoe vertalen naar de praktijk ?

Deze nieuwe regelgeving roept heel wat vragen op, vooral omdat de gereglementeerde materies bijzonder complex zijn. Het is evenwel onze overtuiging dat een goed gebruik van de door deze regelgeving opgelegde, nieuwe instrumenten een toegevoegde waarde betekent en kostenbesparend werkt. Dat ze meer papierwerk zal opleveren is duidelijk. Het doel hiervan moet evenwel steeds voor ogen gehouden worden: bij opstart van uw bouwproject moet reeds in de studiefase veiligheid geïntegreerd zijn.

De oorzaak van de meeste ongevallen ligt immers in:

  • fouten in de werkorganisatie of de gebruikte arbeidsmiddelen

  • fouten in werforganisatie en de betrokken contractors

Wanneer men dit steeds voor ogen houdt, kan het papierwerk beperkt worden tot de noodzakelijke, in de praktijk goed functionerende werkinstrumenten.

Aanstelling van de coördinatoren

Het KB voorziet in de aanstelling van 2 coördinatoren:

  • een coördinator-ontwerp tijdens de ontwerpfase van het bouwproject en

  • een coördinator-verwezenlijking tijdens de uitvoering van de werken op de bouwplaats.

De coördinatieopdracht tijdens de beide fasen mag door dezelfde persoon worden vervuld, voor zover hij voldoet aan alle voorwaarden die de regelgeving oplegt, in het bijzonder de beroepservaring zowel op het gebied van het ontwerp als van de leiding van werken of het beheer van een bouwplaats.

Het KB 25/01/01 voorziet drie voorwaarden voor de uitoefening van de functie van coördinator:

  1. Basisvorming en diploma;
  2. Nuttige beroepservaring, waarvan de minimumduur afhangt van de basisopleiding (ingenieur; hoger technisch of universitair, hoger secundair, …) en het type bouwplaats. De wet zegt dat indien men niet over de noodzakelijke beroepservaring beschikt kan men deze ervaring opbouwen in de functie van 'adjunct-coördinator '.
  3. Een aanvullende veiligheidsvorming (zie KB 19 12 01 waarin de eindtermen van de specifieke vorming en van het specifiek examen worden vastgelegd) of slagen in het specifieke examen voor coördinatoren.

aanvulling tot coördinator(*)

Specifiek aanvullende vorming voor coördinatoren

NIVEAU A

NIVEAU B

Opleiding van 30 uur + examen

Opleiding van 150 uur + examen + coördinatieproject

Opleiding van 80 uur + examen + coördinatieproject

(*)De coördinatoren die hun diploma van preventieadviseur niveau I of II na 01.05.2004 behalen, dienen nog een bijkomende erkende cursusmodule ''aanvulling tot coördinator'' te volgen.

Opmerking: voor coördinatie op bouwwerven van minder dan 500 mandagen zonder zogenaamde risicowerken (zie kader 4) is geen aanvullende vorming A of B vereist. Nochtans moet de coördinator een voldoende kennis op het gebied van veiligheid en welzijn kunnen bewijzen (door het volgen van een opleiding van kortere duur).

De werkinstrumenten

Een aandachtige lezer - wat al niet gemakkelijk is wanneer het om wetteksten gaat - van het KB bemerkt dat alle elementen van 'good project management practices ' in deze wetgeving zijn opgenomen. Men kan dus best stellen dat bouwprojecten waar de werkzaamheden goed beheerst worden, gunstige veiligheidscijfers kunnen voorleggen. Met het KB zijn de elementen voor 'goed management ' formeel vastgelegd. Het komt er nu op aan om deze correct te gebruiken en efficiënt te integreren in eigen organisatie.

Het Veiligheids- & Gezondheidsplan ==> duidelijke doelstellingen + gepaste technische hulpmiddelen

Het V&G Plan is een document dat de risicoanalyse en de vast te stellen preventie-maatregelen bevat ter voorkoming van de risico's waaraan de werknemers kunnen blootgesteld worden. De elementen die in dit plan dienen opgenomen te worden zijn vastgelegd door het KB.

Coördinatiedagboek ==> goede beheersing van de informatiestromen

Is het document dat door de coördinator wordt bijgehouden en dat, op genummerde bladzijden, de gegevens en aantekeningen vermeldt betreffende de coördinatie en gebeurtenissen op de bouwplaats.

Coördinatiestructuur ==> goede coördinatie en communicatie

Wordt opgericht voor bepaalde bouwplaatsen (zie flow-chart). De structuur is essentieel ten behoeve van een goede informatie-uitwisseling, de raadpleging van de verschillende intervenanten en hun onderlinge communicatie. Via deze structuur worden de adviezen inzake veiligheid en gezondheid uitgebracht.

Postinterventiedossier

Bevat de elementen waarmee bij eventuele latere werkzaamheden moet worden rekening gehouden. Dit dossier moet aangepast zijn aan de kenmerken van het bouwwerk.

Kennisgeving ==> externe communicatie

Ten minste 15 dagen vóór de opening van de tijdelijke of mobiele bouwplaats dient een kennisgeving gedaan te worden aan de met het toezicht inzake arbeidsveiligheid belaste ambtenaar.

Het budget ==> Goed management houdt het budget goed in de gaten

Bij de offertes moeten de kandidaten afzonderlijk de prijs berekenen van de door het veiligheids- en gezondheidsplan bepaalde preventiemaatregelen. Een correcte prijszetting voor de veiligheidsmaatregelen is een belangrijke sleutel tot succes en meerwaarde van deze nieuwe reglementering.

 

Kader 1: 'Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen type 1'

Bouwplaatsen waar volgende bouwwerken of werken van burgerlijke bouwkunde worden uitgevoerd:

Graafwerken; grondwerken; funderings- en verstevigingswerken; waterbouwkundige werken; wegenwerken; bouwwerken, plaatsing van nutsleidingen, inzonderheid, riolen, gasleidingen, elektriciteitskabels, en tussenkomsten op deze leidingen, voorafgegaan door andere in deze paragraaf bedoelde werken; bouwwerken; montage en demontage van inzonderheid, geprefabriceerde elementen, liggers en kolommen; verbouwingswerken; vernieuwbouw; herstellingswerken; ontmantelingswerken; sloopwerken; onderhouds- , schilder- en reinigingswerken; saneringswerken; afwerkingwerkzaamheden behorende bij één of meer werken bedoeld in bovengenoemde punten.

 

Kader 2: 'Bouwplaatsen type 2'

  • de boor- en winningswerkzaamheden in de winningsindustrieën
  • de montage + tussenkomst van productie-, transformatie-, transport- en behandelings-installaties voor zover de werken geen betrekking hebben op funderingen, de beton- en metselwerken of op de dragende structuren

 

Kader 3: Werkinstrumenten van het KB 25 01 01 'Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen ' (KB TMB)

Klik voor een grotere versie.
Klik hier voor een grotere versie

 

Kader 4: Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar een of meer van de volgende werkzaamheden uitgevoerd worden = 'verhoogd risico':

  • werkzaamheden welke inzonderheid als bijzonder vergrote gevaren beschouwd worden, namelijk:
  • het graven van sleuven of putten van meer dan 1,20 m diepte en het werken aan of in deze putten;
  • het werken in de onmiddellijke nabijheid van materialen zoals drijfzand of slib;
  • het werken met een valgevaar van een hoogte van 5 m of meer, daar ze de werknemers aan gevaren van bedelving, wegzinken of vallen blootstellen, gevaren die bijzonder vergroot worden door de aard van de werkzaamheden of van de toegepaste procédés of door de omgeving van de arbeidsplaats of de werken;
  • werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan chemische of biologische agentia die een bijzonder risico voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers inhouden;
  • elk werk met ioniserende stralingen waarvoor de aanwijzig van gecontroleerde of bewaakte zones zoals bepaald in artikel 2 van het KB van 28/02/63 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen, vereist is;
  • werkzaamheden in de nabijheid van elektrische hoogspanningslijnen of -kabels;
  • werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan een risico op verdrinking;
  • ondergrondse werken en tunnelwerken;
  • werkzaamheden met duikuitrusting;
  • werkzaamheden onder overdruk;
  • werkzaamheden waarbij springstoffen worden gebruikt;
  • werkzaamheden i.v.m. montage/demontage van prefab elementen.