Geïntegreerde veiligheid (III)

juni 2005

In dit derde deel van onze artikelenreeks over de opbouw van een geïntegreerd veiligheidszorgsysteem lichten we toe hoe u de eerste stappen kunt zetten in risicoanalyse.

Het aanpakken van veiligheid, het integreren van een preventiebeleid in het bedrijfsbeleid, is een systeem van voortdurende verbetering. Ook managers moeten mogelijks hun eigen werkwijze veranderen, verbeteren. Leiderschapsstijlen zullen moeten worden aangepast. Een management dat erin slaagt om het welzijn van zijn medewerkers als een van de basisstrategieën van haar beleid door te voeren, zal bewezen hebben dat zij heel wat aankan. Zero accidents realiseert men niet van vandaag op morgen. Het begint wel met een zichtbaar commitment van het management (walk the talk). Onder andere door het vastleggen van een missie, het uitbouwen van een strategie, het invoeren van waarden. Maar bovenal door het dagdagelijks demonstreren van dit engagement. Door zelf veiligheidsrondgangen uit te voeren of hieraan deel te nemen, door aanwezigheid op belangrijke veiligheidsvergaderingen, door veiligheid op de agenda van eigen vergaderingen te plaatsen, door maandelijks overleg te plegen met de OHS-manager/preventieadviseur, door standaarden voor veiligheidsactiviteiten op te stellen van alle managers en kaderleden.

Inzicht leidt tot engagement

Het is echt elementair om management te engageren in het ‘occupational health and safety'-beleid. Om dat engagement te bereiken moet men dan ook zijn uiterste best doen. Breng daarom in eerste instantie de nodige inzichten bij aan bij het senior management. Maak duidelijk wat geïntegreerde veiligheidszorg in feite is: geïntegreerde veiligheidszorg is gericht op het beheersen van gevaren en op en het voorkomen van risico's en ongewenste gebeurtenissen die kunnen leiden tot schade. Een duidelijk inzicht in de oorzaken die gevaren onbeheerst laten, risico's veroorzaken, en eventueel ongewenste gebeurtenissen laten ontstaan, is van het grootste belang om veiligheid te bereiken. Oorzaken liggen aan de oorsprong van risicosituaties (of risico's) en risico's liggen aan de oorsprong van gerealiseerde schade. Het ontstaan van een bepaalde schade vanuit bepaalde oorzaken is een dynamisch gebeuren met oorzakelijke verbanden.

Hoe komt schade tot stand (of het nu om fysisch of psychisch letsel gaat, om kwaliteitsverlies, schade aan het imago, aan het milieu, financiële verliezen, schade aan patrimonium, aansprakelijkheid, …). Om dat in te zien lichten we onder meer 2 modellen toe:

De relatie tussen verliezen, gevaren en controles (zie figuur 1) Het dominomodel als inzicht om de diepere oorzaken van schade weg te nemen. (zie figuur 2) Schade wordt praktisch altijd veroorzaakt door het contact van en/of de combinatie tussen twee elementen: het gevaar en de blootgestelde (iets of iemand). Schermen of controles moeten dit contact verhinderen. Het begrip scherm moet breed geïnterpreteerd worden. Een scherm kan fysiek zijn maar kan ook een maatregel of regel zijn. Schermen (zie figuur 3) kunnen op zich falen of gebreken vertonen (latente condities).

Substandaard situaties, substandaard handelingen

Zijn die schermen niet toereikend, niet aangebracht, tijdelijk verwijderd, slecht onderhouden enz., dan kunnen we spreken van onveilige of niet-standaard situaties of substandaard situaties (zie dominosteen 3 van het dominomodel en deel II van de artikelenreeks). Deze substandaard situaties zijn in te delen in 2 soorten:

Situaties van technische aard:

  • ontoereikende bescherming op machines;
  • ontoereikende persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • ontoereikende collectieve beschermingsmiddelen;
  • niet geschikte gereedschappen;
  • versleten of defecte gereedschappen;
  • ontoereikende ergonomie van de arbeidspost;
  • ontoereikende alarmsystemen ;
  • gebrekkige orde en netheid op en rond de werkplaats;
  • gebruikte produkten en chemicaliën; …

Situaties van organisatorische aard:

  • onvoldoende documentatie en richtlijnen op de werkplaats;
  • onvoldoende procedures en instructies op de werkplaats;
  • onjuiste procedures en richtlijnen;
  • onjuiste regels en voorschriften;
  • te weinig zichtbare aanwezigheid van leidinggevenden;
  • ontoereikende inspecties of toezicht in de werkplaats;
  • inspecties niet uitgevoerd volgens plan en richtlijnen;
  • observaties niet uitgevoerd volgens de richtlijnen;
  • taakanalyses en procedures niet uitgevoerd volgens de richtlijnen;
  • ongevallen en incidentenonderzoek niet uitgevoerd volgens de richtlijnen;
  • onvoldoende controle van de naleving van regels, instructies en procedures: · …

Mogelijks liggen onveilige of substandaard handelingen eveneens aan de oorzaak van het schadegeval. Wanneer personen handelingen uitvoeren (gewild of ongewild; bewust of onbewust) die hen kunnen blootstellen aan gevaren, dan kunnen we spreken van onveilige handelingen of substandaard handelingen. Het gebruiken van het begrip ‘standaard' impliceert dat men voor handelingen zowel als voor situaties duidelijke en specifieke standaarden heeft opgesteld. Handelingen zijn eigenlijk maar synoniem voor gedragingen. Als menselijke gedragingen als oorzaken genoemd worden bij ongewenste gebeurtenissen en ongevallen, bedoelt men vaak de handelingen die gesteld worden door diegenen die vaak ook het meest als slachtoffers vallen, namelijk de operators en onderhoudsmensen. In de context van deze artikelenreeks is dat zeker niet het geval. Onveilige en niet-standaard handelingen kunnen gesteld worden door iedereen in de organisatie. Ook het niet tijdig inplannen van een activiteit zoals bijvoorbeeld het keuren van hijstoestellen, is een niet-standaard handeling. Het niet behandelen van niet conforme situatie door een manager kan eveneens een niet-standaard handeling of niet-standaard gedrag zijn.

Het is in deze context dat vaak behavior based safety programma's opgezet worden. We willen de lezer echter uitdrukkelijk behoeden voor de grote valkuil om dergelijke programma's te vroeg op te zetten. Werken op menselijke handelingen vooraleer inspanningen geleverd zijn om technische veiligheid en goede procedures te implementeren, zijn gedoemd tot mislukken. We komen daarop terug in volgende artikels. Onveilige handelingen zijn immers vaak symptomen van een gebrekkig veiligheidsmanagement of totale afwezigheid van cruciale (technische) middelen.

Technische processen

Heel wat organisaties hebben in deze tweede fase bijzondere aandacht geschonken aan de technische processen. De eerste stappen in risicobeheersing, zij het dan louter technische controles, zijn uitgewerkt. De drijvende kracht ligt evenwel vaak nog in de overtuiging alle risico's technisch te beveiligen. We vermelden hierbij dat risico's op een ernstig letsel moeten worden ingeperkt door voorrang te geven aan materiële maatregelen op iedere andere maatregel. Een structurele, planmatige aanpak ontbreekt evenwel vaak.Wat we vaststellen is dat:

eerste stappen worden genomen in een pro-actieve benadering door identificatie van gevaren, analyseren van risico's. Risicobeheersingmaatregelen beperken zich tot technische controles; technische maatregelen opgelegd worden, zonder voorafgaandelijke grondige taakanalyse (wie doet welke taken op de werkpost/installatie). Cruciale taakanalyses met nauwe betrokkenheid van operationeel leidinggevenden en de operatoren zelf ontbreekt. Dit leidt vaak tot situaties waarbij installaties “beveiligd zijn zodat men er niet veilig meer kan mee werken”. Tevens bestaat het risico dat de operator er 100 % op vertrouwt dat de machine hem altijd en overal (alle taken) beschermt: het 'automatische piloot-syndroom'; veiligheid nog te veel een zaak is van techniek en niet van organisatie. De hiërarchische lijn participeert nog niet, in elk geval onvoldoende. Naar de lijnorganisatie zijn daarenboven onvoldoende verwachting inzake veiligheid gesteld. Er is geen eigenaarschap bij de lijnorganisatie; veiligheid voornamelijk een opdracht blijft van de preventiedienst. Actieplannen zijn het resultaat van de unieke inspanning van de OHS-manager/ preventieadviseur; monitoring van het veiligheidsgebeuren nog steeds uitsluitend bestaat in het meten van ongevallen; er geen plan van aanpak is, geen doelstellingen inzake risicobeheersing. Het verband met waardering voor pro-actieve inspanningen ontbreekt; de procedure voor ongevalonderzoek eindigt bij technische tekortkoming (de substandaard-condities (zie dominomodel)) en / of “onoplettendheid van het slachtoffer of andere betrokkenen”. De diepere oorzaken worden nog niet achterhaald. Het onderzoeken blijft de opdracht van de preventiedienst die onverlet de lijnorganisatie probeert te betrekken. We herhalen dan ook dat het analyseren van de werkposten en arbeidsmiddelen een belangrijke schakel is in het uitzetten van een veiligheidsbeleid.

Methodieken en bepalingen

Voor deze technische analyses zijn methodieken als FMEA, HAZOP, checklijsten ‘minimum voorschriften arbeidsmiddelen', … onontbeerlijk. Draag zorg voor de selectie van de juiste methodiek en weet dat goede risicoanalyses het gevolg zijn van echt teamwerk, waarbij de noodzakelijke competenties betrokken worden.

We willen ook wijzen op het bestaan van strikte reglementaire bepalingen: ATEX, Machinerichtlijn, Arbeidsmiddelen, …

Zie ook de tientallen bijzonder nuttige regels van goed vakmanschap (geharmoniseerde en vrijwillige normen) niet over het hoofd. Misschien dient een verantwoordelijke aangesteld te worden die bewaakt welke voor de organisatie relevante normen gepubliceerd worden. We onderscheiden hierbij:

  • type A-normen (fundamentele veiligheidsnormen) die fundamentele noties, ontwerpprincipes en algemene aspecten met betrekking tot machines preciseren;
  • type B-normen (generische veiligheidsnormen) die een aspect van de veiligheid of een valabel beschermingsmiddel behandelen voor alle machines of een breed gamma van machines. Daarin onderscheiden we type B1-normen die handelen over bijzondere veiligheidsaspecten (b.v. veiligheidsafstanden, oppervlaktetemperatuur, lawaai) en type B2-normen die handelen over beschermingsmiddelen (b.v. bimanuele bedieningen, vergrendelingsmechanismen, drukgevoelige dispositieven);
  • type C-normen (veiligheidsnormen voor een categorie van machines) die handelen over gedetailleerde veiligheidsvoorschriften voor een bepaalde machine of een bepaalde groep machines:
    • NBN EN 1050 - Principes voor de risicobeoordeling machines;
    • NBN EN 294 - Veiligheidsafstanden om te voorkomen dat gevaarlijke zones worden bereikt door de bovenste ledematen;
    • NBN EN 418 - Noodstopvoorzieningen, functionele aspecten — Ontwerpprincipes;
    • NBN EN 614 - Veiligheid van machines — Ergonomische ontwerpprincipes
    • prEN 12331 Machines voor de voedselbereiding — Gehaktmolens — Veiligheids- en hygiëne-eisen;
    • ….

We kunnen besluiten dat gevarenidentificatie, risicoanalyse en -beoordeling een continu proces is. Het is geen tool maar de motor, de strategie in het preventiebeleid. Op het niveau van de organisatie, op het niveau van de werkposten en/of functies, op het niveau van het individu. In een volgend artikel komen we hierop terug.

WAT KAN AMELIOR VOOR U DOEN?

Het adviesaanbod van Amelior richt zich op de managementkant van het veiligheidsbeleid van de onderneming. Naargelang uw noden en wensen is verdere coaching en bijstand bij implementatie van uw specifieke OHS-projecten eveneens mogelijk. Naast begeleiding en advies kan u bij Amelior terecht voor diverse opleidingen, zowel in open vorm als bedrijfsintern. Opleiding op maat volgens de methodologie van Amelior levert u gegarandeerde resultaten op. Een greep uit het aanbod.

Totaalaanpak Amelior

  • Totaal verbeterprojecten veiligheid(cultuur);
  • Opzetten van een geïntegreerd OHS-zorgsysteem;
  • Coaching preventieadviseur;
  • Risk Management;

Specifieke Amelior-producten in deze tweede fase

  • Begeleiding bij het uitwerken van risicoanalyses
  • Begeleiding uitwerken interne procedures voor opmaak technische constructiedossiers (machinerichtlijn, ATEX, …) – wat bij aanpassingen ?
  • Faciliteren HAZOP-teams
  • (In company) trainingen (indien wenselijk volledig op maat van uw organisatie)
  • Melden, onderzoeken ongevallen
  • Veiligheid voor leidinggevenden, lijnmanagers, topmanagement
  • Risicoanalyses
  • Machinerichtlijn CE …

Meer info: tu@amelior.be

Thierry Uyttenhove
Manager – consultant Amelior


Figuur 1: De relatie tussen verliezen, gevaren en controles

 



Figuur 2: Dominomodel

 


Figuur 3: Schermen

Thierry UYTTENHOVE is ingenieur elektromechanica en heeft een licentie in de veiligheidskunde niveau 1, milieucoördinator A en risk management. Hij heeft een jarenlange ervaring achter de rug als preventieadviseur, milieu­- en kwaliteitscoördinator in zowel bouw-, metaal- als chemiesector. Als senior consultant begeleidt hij ruim 14 jaar organisaties bij het ontwikkelen van een geïntegreerd HSE-beleid. Met passie coacht, begeleidt en traint hij in o.m. Behaviour Based Safety, OHSAS 18001/ISO 45001, integratie en auditing van management systemen. Als getraind lead auditor is hij tevens interne auditor OHSAS 18001/ISO 45001 – ISO14001. Hij deelt zijn rijke ervaring graag met u.


Lees hier andere artikels van deze auteur...

Contacteer de auteur...