Milieubewust ondernemen vereist visie

maart 2000

Het milieuthema is in onze ondernemingen vooral aan de orde gekomen via de wetgeving. Maar het is de realiteit die ons zal verplichten "duurzaam" te ondernemen, die het noodzakelijk zal maken dat de functie van milieucoördinator uitgroeit tot die van milieumanager.

Het is stilaan algemeen geweten. Onze huidige manier van produceren en consumeren is niet duurzaam. De welvaartsmachine is zeer succesvol, maar overschrijdt de draagkracht van ons ecosysteem zowel op het lokale als op het globale niveau.

Volgens het model ‘the ecological footprint' zou, indien een land als België haar welvaart zou willen creëren in evenwicht met de draagkracht van haar eigen landoppervlakte, die oppervlakte 15 maal groter dienen te zijn dan de huidige. Wij zouden dus ons verbruik en onze emissies niet overleven indien we enkel over de oppervlakte van België zouden beschikken. Bovendien blijft de wereldbevolking toenemen. De VN verwacht 10 miljard mensen in 2100. We moeten dus een welvaart creëren voor 10 miljard mensen die het recuperatievermogen van de aarde niet overstijgt. De kwantificering van dit recuperatievermogen blijft uiteraard stof voor wetenschappelijke discussie, maar de symptomen zijn stilaan zeer duidelijk. Van de giftige paling in onze rivieren, over de verzuring van de Europese meren tot het globale broeikaseffect.

Wetten en heffingen

De uitdaging is wereldwijd en daarom zijn organisaties als de Verenigde Naties, de OESO, de wereldhandelsorganisatie, de Europese Unie, tot het Vlaamse Gewest en de Vlaamse gemeenten onze welvaartsmachine aan het bijsturen. Het moderne beleid maakt gebruik van een drietal instrumenten. Het instrument van de wetgeving is het meest gekende. De milieuwetgeving is in sneltempo uitgegroeid tot aandachtspunt nummer 1 voor de bedrijven. De boetes voor overtreding van de milieuwetgeving liegen er niet om. Daarnaast is er de strafrechtelijke en burgerrechtelijke aansprakelijkheid die elke natuurlijke, en recent ook rechtspersoon, boven het hoofd hangt.

Een tweede instrument is de financiële prikkel. De heffingen op bv. afvalwater, afval, grondwaterverbruik en onvermijdelijk vroeg of laat de energietaks, maken van het milieuthema een bedrijfseconomische factor.

Tot slot sporen de overheden de bedrijven ook aan om werk te maken van een milieumanagement, dat onderdeel uitmaakt van de gehele bedrijfsvoering. Net zoals het financiële management en personeelmanagement gericht zijn op het efficiënt omgaan met schaarse middelen, dient de milieuschaarste goed beheerd te worden.

Wanneer is een bedrijf duurzaam?

Zonder de wetenschappelijke complexiteit te banaliseren, kan men toch enkele duidelijke richtlijnen aangeven voor zowel de productieactiviteit als voor het geleverde product:

  • Fossiele energieverbruik reduceren volgens de richtwaarde van Kyoto;
  • Afvalwaterkwaliteit afstemmen op de oppervlaktewaterkwaliteit of toevoerwater;
  • Afvalstromen ‘upgrade' volgens het principe van de ladder van Lansink;
  • Nulemissie van chemicaliën in het milieu;
  • Hinderreductie in evenwicht met de verwachtingen van de omgeving;
  • Afbouw van het verbruik van niet hernieuwbare grondstoffen;
  • Waterverbruik in evenwicht brengen met het natuurlijke aanbod.

Wanneer een bedrijf de externe prikkels afwacht, zal het continu moeten blijven bijsturen en zal het voorgaande lijstje er als volgt gaan uitzien:

  • Energiebesparing omwille van de hogere kosten (emissienormen, ev. de energietaks);
  • Bijsturingen in waterzuivering in functie van strengere heffingen en normen;
  • Bijsturingen in afvalbeheer op basis van strengere heffingen en wetgeving;
  • Bijsturingen in rookgaszuivering en BBT op basis van de wettelijke eisen;
  • Bijsturingen na conflicten met de omgeving;
  • Imago-bijsturingen bij plotse aandacht voor het verbruik van bepaalde grondstoffen;
  • Bijsturingen inzake waterverbruik bij strengere wetgeving en heffingen.

Beide scenario's zullen leiden tot hetzelfde resultaat, maar in het tweede scenario bepaalt het bedrijf het spel niet zelf. Het milieuthema zal steeds opnieuw op tafel komen als ‘de slecht nieuws show' met telkens nieuwe investeringen, telkens nieuwe problemen, telkens nieuwe acties en vooral een nodeloos tijdverlies. Het is dus duidelijk dat een ‘early adopter' voordelen zal boeken. Daarom ook heeft een bedrijf nood aan een milieumanager met een milieuvisie, die de interne begeleider is van het hele duurzaamheidsproces. Nog veel te vaak is de milieucoördinator de ‘fixer' die naast zijn andere taken ook nog de milieuadministratie mag behartigen.

De voordelen van een coherente milieuvisie, situeren zich op verschillende domeinen. Er is het kostenreductiepotentieel, de risicopreventie m.b.t. aansprakelijkheden, de positieve ingesteldheid van alle externe partijen die kritisch toekijken op de milieuzorg van de onderneming. Meer en meer wordt elke onderneming immers ter verantwoording geroepen voor haar activiteiten, en een proactieve houding kan de relatie met de externen alleen versterken.

Milieuzorgsystemen bieden hulp

Een opsomlijstje met milieutips, op basis van toevallige weetjes, is uiteraard geen professionele manier om aan milieuzorg te doen. Milieumanagement vraagt een systematische aanpak volgens de gebruikelijke ‘PLAN-DO-CHECK-ACT', met aandachtspunten, prioriteiten, continue evaluatie en continue verbetering.

De EMAS en ISO 14001-modellen zijn excellente instrumenten om dit milieumanagement te realiseren. Maar laten we niet de fout maken om een certificaat tot doel te stellen. Het is een mooie beloning, maar EMAS en ISO 14001 zijn middelen om het doel op een professionele manier te bereiken: de duurzame onderneming.

De PLAN-fase start met een diagnose, een milieuscan van de juridische, organisatorische en technische milieuaspecten. Op basis van prioriteiten wordt een milieuprogramma opgestart met meetbare doelstellingen.

In de DO-fase gebeurt de uitwerking van de maatregelen, met continue monitoring in de CHECK-fase. Hier zal een organisatie een team interne milieuauditoren inschakelen die de milieumaatregelen op de voet gaan volgen.

De ACT-fase is de fase waarin de resultaten van het milieubeheer geëvalueerd en zonodig bijgestuurd worden, met het oog op de continue verbetering van de milieuprestatie.

Wie het tenslotte opportuun acht om het milieumanagement door externen te laten verifiëren, kan zijn inspanningen ‘voor echt' laten verklaren in de vorm van een certificaat.

Het is trouwens hoog tijd om met die inspanningen te starten. De ervaring toont dat bedrijven met een milieuzorgsysteem, pas na enkele jaren op snelheid komen op hun pad naar duurzaamheid.

PRODUCTAANSPRAKELIJKHEID
Wie nog twijfelt over het al dan niet invoeren van een milieuzorgsysteem, is de boot aan het missen. Wie zijn bedrijf wil leiden op basis van een milieuvisie, zou zijn operationele milieuzorg al onder controle moeten hebben. De milieuaandacht begint zich immers zeer snel te richten op het product zelf. Een Europese milieurichtlijn over de productaansprakelijkheid ligt nu reeds ter tafel. Wie kent de milieuimpact van zijn product eens het op de markt en in het milieu terecht komt ? Dit wordt het grote aandachtspunt van de volgende jaren. Hopelijk moet onze bedrijven dan niet te veel energie meer stoppen in details als de milieuvergunning, de afvalstoffenwetgeving of zelfs het opbouwen van een milieuzorgsysteem. Hopelijk kan het bedrijf dan, als professional, rond de tafel gaan zitten met klanten, financiers en leveranciers om een succesvolle, duurzame samenwerking uit te bouwen.

Dit artikel werd geschreven in opdracht van Amelior.


Lees hier andere artikels van deze auteur...

Contacteer de auteur...

Op de hoogte blijven van onze opleidingen?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Recente blogs