Het uitgebreide veiligheidsinformatieblad

januari 2012

De REACH verordening  verplicht bedrijven in Europa informatie over de eigenschappen en risico's van stoffen te verzamelen en te verspreiden, zodat deze op een veilige manier worden gebruikt doorheen de waardeketen.

REACH wijzigt dan ook grondig de communicatie met betrekking tot chemische producten doorheen de keten. Zo worden sinds 2011 stelselmatig nieuwe, uitgebreide veiligheidsinformatiebladen[1] (VIB) verstrekt door producenten die hun chemische stof reeds hebben geregistreerd conform REACH en die in - het kader van de registratie - een chemische veiligheidsbeoordeling (incl. blootstellingsbeoordeling) hebben uitgevoerd[2].

In hetgeen wat volgt wordt de inhoud van een dergelijk uitgebreid VIB toegelicht alsook worden de verplichtingen voor de gebruiker bij ontvangst van een dergelijk uitgebreid VIB voor een geregistreerde stof, besproken.

Wat is een uitgebreid VIB?

Een uitgebreid VIB is een ‘klassiek' VIB aangevuld met één of meerdere blootstellingsscenario's (toegevoegd als bijlage bij het VIB). Deze blootstellingsscenario's vatten de belangrijkste informatie samen uit de chemische veiligheidsbeoordeling die door een bedrijf in de toeleveringsketen is uitgevoerd in het kader van een registratie onder REACH.

In een blootstellingsscenario worden meer bepaald de reeks voorwaarden beschreven van hoe de stof wordt vervaardigd of gedurende de levenscyclus wordt gebruikt en hoe de fabrikant of importeur de blootstelling van mens en milieu beheerst of downstreamgebruikers aanbeveelt deze te beheersen.

Alhoewel het formaat van een blootstellingsscenario's niet wettelijk is vastgelegd, kan men over het algemeen volgende (4) elementen binnen een blootstellingsscenario onderscheiden:

(1) Een omschijving van de gebruiken waarop het blootstellingsscenario betrekking heeft en dit zowel tekstueel als volgens het use descriptor system[3];

(2) Een beschrijving van de procesvoorwaarden en risicobeheersmaatregelen die in aanmerking werden genomen bij het begroten van de verwachte blootstelling naar mens en milieu.

De beschreven procesvoorwaarden zijn afgestemd op de doelgroep (werknemers, consumenten of het milieu). Bij de procesvoorwaarden wordt informatie gegeven over de duur en frequentie van blootstelling, gebruikte hoeveelheid, temperatuur, open/gesloten proces, …

De risicobeheersmaatregelen omvatten een overzicht van de maatregelen die dienen genomen te worden om te komen tot een veilig gebruik. Deze kunnen zowel betrekking hebben op het beheersen van risico's voor werknemers (zoals oa. technische maatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen), op het beheersen van risico's voor consumenten (bv. mag voor max. X% toegevoegd worden aan een mengsel) als op het minimaliseren van de blootstelling via het leefmilieu (procesgeïntegreerde en end of pipe maatregelen).

(3) Een beschrijving van de verwachte blootstelling naar mens en milieu, uitgaande van de gegeven combinatie procesvoorwaarden en risicobeheersmaatregelen al dan niet aangevuld met een toetsing van de verwachte blootstelling aan zogenaamde ‘no-effect niveaus' (welke beschreven zijn in sectie 8 van het VIB).

(4) Een verwijzing voor de gebruiker in hoeverre en hoe die het scenario kan aanpassen in functie van zijn eigen procesomstandigheden en risicobeheersmaatregelen. Let dus op, aanpassingen aan het scenario zijn dus enkel mogelijk binnen de door de leverancier aangegeven grenzen en voorwaarden.

Wat zijn de verplichtingen als gebruiker bij ontvangst van een uitgebreid VIB?

Indien men als gebruiker van een chemische stof zo'n uitgebreid VIB met registratienummer ontvangt, is men verplicht om na te gaan of men de stof in kwestie gebruikt conform de in het uitgebreid VIB beschreven (rand)voorwaarden.

In eerste instantie betekent dit dat men dient na te gaan of er een blootstellingsscenario is opgesteld dat betrekking heeft op het beoogde gebruik. Als dit het geval is, moet men vervolgens nagaan of

1. de stof gebruikt wordt conform de in het blootstellingsscenario vermelde procesvoorwaarden en

2. of de beschreven risicobeheersmaatregelen zijn geïmplementeerd.

Indien geen enkel blootstellingsscenario betrekking heeft op het beoogde gebruik of de effectieve procesvoorwaarden en/of geïmplementeerde risicobeheersmaatregelen wijken af van diegene beschreven in het blootstellingsscenario, moet men als gebruiker een veilig gebruik garanderen binnen de 12 maanden. Mogelijke acties zijn dan in dit geval:

    · de leverancier vragen de registratie uit te breiden naar uw gebruik en u op de hoogte te brengen van de veilige gebruiksvoorwaarden;

    · de eigen activiteiten aanpassen aan de gebruiksvoorwaarden die zijn vastgesteld door de leverancier;

    · het scenario in beperkte mate aanpassen in functie van de eigen procesomstandigheden en risicobeheersmaatregelen om aan te tonen dat onder de specifieke gebruiksomstandigheden er toch sprake is van een veilig gebruik (voor zover dit uiteraard mogelijk is volgens de informatie verstrekt door de leverancier – zie hoger);

    · op zoek gaan naar een andere leverancier van dezelfde stof die een dekkend blootstellingsscenario voor uw gebruik kan verstrekken;

    · het gebruik van de stof volledig stopzetten;

    · de desbetreffende stof vervangen door een minder gevaarlijke stof; of

    · zelf een chemische veiligheidsbeoordeling opstellen.

In het laatste geval moet men het gebruik wel – binnen de 6 maanden – melden bij ECHA. Ook indien men gebruik maakt van een uitzondering om geen chemische veiligheidsbeoordeling op te stellen (indien totale gebruik onder de 1 ton per jaar of als PPORD product and process orientated research and development) dient men het gebruik te melden aan ECHA. Een dergelijke aanmelding doet men via REACH-IT. Het chemische veiligheidsrapport zelf hoeft men niet in te dienen, maar dit moet on site wel ter beschikking gehouden worden voor inspectiediensten.

Verder wordt opgemerkt dat als men formuleerder is, men aanvullend dient na te gaan of de gebruiken van de klanten opgenomen zijn zodat men de relevante blootstellingsscenario's kan toevoegen aan of verwerken in het veiligheidsblad voor de afnemers.


Het is duidelijk dat REACH heel wat (nieuwe) verplichtingen met zich meebrengen voor iedereen die chemische stoffen gebruikt en/of produceert. Dit in combinatie met het technische en complexe karakter van de wetgeving, leidt er toe dat het voor vele bedrijven een hele uitdaging is om continu op te volgen aan welke verplichtingen ze al of niet moeten voldoen en hoe en wanneer dit moet gebeuren.


:

Om hieraan tegemoet te komen en bedrijven te ondersteunen bij de implementatie van deze wetgevingen, startte essenscia begin 2008 met VLARIP (Vlaanderens REACH en CLP Implementatie Projecten). Een eerste reeks van projecten begeleidde een 150-tal bedrijven tot eind 2010 (wat samenviel met de eerste belangrijke deadlines uit REACH en CLP). Op 1 februari 2011 startte vervolgens VLARIP 2 dankzij verdergezette steun van de Vlaamse Overheid en EFRO. VLARIP 2 loopt tot 31 januari 2013.

Binnen het VLARIP2-project wordt bijzondere aandacht besteed aan het begeleiden van bedrijven bij het lezen, interpreteren en het vertalen van informatie opgenomen in blootstellingsscenario's naar de eigen situatie. Uiteraard wordt hierbij ook stilgestaan bij wat men als gebruiker kan of moet doen, indien de eigen gebruikssituatie afwijkt van hetgeen beschreven is in het veiligheids­informatieblad.

Tijdens 2 maandelijkse interactieve vergaderingen worden praktijkoefeningen gemaakt om éénieder vertrouwd te maken met de informatie die opgenomen is in de blootstellingsscenario's, kan men ervaringen delen, knelpunten ter bespreking voorleggen ed. meer.
De vergaderingen worden steeds begeleid door de Peters van het VLARIPproject. De Peters van het VLARIPproject zijn experts uit grote chemische bedrijven in Vlaanderen die betrokken zijn bij de opmaak van blootstellingsscenario's en die reeds heel wat expertise hebben opgebouwd mbt het evalueren van de gebruiksvoorwaarden en risicobeheersmaatregelen beschreven in een blootstellingsscenario.
Daarnaast zijn op deze vergaderingen ook vaak experten/dienstverleners uit een bepaald vakgebied aanwezig. Dit biedt de mogelijkheid om bvb. vragen inzake risicobeoordeling te stellen aan personen die ruime ervaring hebben met blootstellingsmodellen.

Omdat REACH en CLP niet enkel relevant zijn voor chemische bedrijven, maar voor de volledige waardeketen, staat dit unieke begeleidingstraject open voor alle bedrijven uit de Vlaamse industrie die REACH en CLP succesvol willen implementeren in hun bedrijf. Ook dienstverleners die bedrijven hierin ondersteunen kunnen deelnemen.



[1] In het Engels extended Safety DataSheets genoemd of kortweg ext-SDS.

[2] Met andere woorden niet voor alle stoffen zal een uitgebreid VIB worden verstrekt (voorbeelden hiervan zijn stoffen die vrijgesteld zijn van registratie, stoffen die niet als gevaarlijk zijn ingedeeld, stoffen geregistreerd in een hoeveelheid van minder dan 10 ton/jaar, ...)

[3] Via de use descriptoren van het Use Descriptor System, kunnen de gebruiken op een gestandaardiseerde manier gecommuniceerd worden doorheen de keten. Dit systeem werd uitgewerkt voor de communicatie over het gebruik in de REACH context. Meer info over het het Use Descriptor System is terug te vinden in de ECHA-guidance, raadpleegbaar via volgende link: http://echa.europa.eu/documents/10162/17224/information_requirements_r12_en.pdf

Steven VAN DE BROECK is MSc in Engeneering, chemie. Na heel wat jaren actief te zijn geweest als Environmental Expert en (REACH-)consultant, is hij momenteel werkzaam als adviseur bij Essenscia (federatie van de chemische industrie en van life sciences). Binnen Essenscia is hij oa. projectleider van het REACH en CLP implementatieproject (VLARIP) van Essenscia Vlaanderen, een project dat als doel heeft de Vlaamse industrie te ondersteunen bij de implementatie van REACH en CLP.


Lees hier andere artikels van deze auteur...

Contacteer de auteur...

Op de hoogte blijven van onze opleidingen?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Recente blogs