Het veiligheidsbeleid bij het OCMW Kortrijk / Zusters Augustinessen: een cultuur van gedecentraliseerde veiligheid

november 2012

Veiligheid wordt bij OCMW Kortrijk/Zusters Augustinessen zeker niet vanuit een ivoren toren gestuurd. Door spreiding van de verantwoordelijkheid over de verschillende sites wordt het veiligheidsbewustzijn dichter bij de werkvloer gebracht.

Het OCMW Kortrijk/Zusters Augustinessen had als organisatie in feite 1,5 preventieadviseurs nodig. Patrick Vandenbussche, preventieadviseur en diensthoofd veiligheid: “Maar de organisatie is zo verdeeld over verschillende sites dat wij het interessanter vonden om in plaats van één bijkomende halftime, verschillende personen veiligheidsverantwoordelijkheid te geven en zo een grotere spreiding te hebben over de organisatie. Daarom hebben we Amelior zes personen laten opleiden tot preventieadviseur niveau III. Dat brengt ons totaal op acht personen met ‘veiligheidsverantwoordelijkheid' voor een organisatie van 1.060 mensen, waarmee alle grote sites gecovered zijn. Een groot voordeel is dat die mensen gewapend zijn met kennis van de activiteit op de sites, ze hebben allemaal een verschillende functie en specialiteit. Zonder tijdverlies voor de verplaatsing kunnen ze kleine opleidingen geven, toolbox meetings aansturen enz. Nog een voordeel van die aanpak: de medewerkers kunnen iemand aanspreken die ze zeer goed kennen: de drempel is laag. Dat draagt zeker bij tot de veiligheidscultuur.”

Leren van elkaar

Veiligheid is uiteraard niet de hoofdtaak van de niveau III-preventieadviseurs. Ze mogen een tweetal uren per week aan preventie spenderen en worden daarbij gestuurd door de interne veiligheidsdienst. Maar als ze werkpunten opmerken hebben ze ook de vrijheid om daarrond initiatieven te nemen, mits communicatie met de veiligheidsdienst. Om de twee maanden zitten alle preventieadviseurs samen voor een intervisie. Patrick Vandenbussche: “Dan kan iedereen zijn verhaal doen, met de bedoeling te leren van elkaar en een globaal zicht te krijgen op alle risico's binnen de organisatie. We zijn trouwens binnen de dienst bezig alle informatie die we van de preventieadviseurs krijgen te bundelen, zodat we een goed overzicht krijgen van wat er binnen de verschillende diensten allemaal gebeurt.”

De medewerkers sensibiliseren voor veilig gedrag gebeurt via affichage op ad valvas-borden. Patrick Vandenbussche: “En als we een bepaald probleem opsporen sturen we een safety flash uit naar alle leidinggevenden. Dat is een vorm van e-mail met meestal een visueel aspect en een tekstgedeelte over het probleem en de oplossingen. We gebruiken die safety flash ook als er bijvoorbeeld nieuwe materialen beschikbaar zijn. Lokaal wordt de safety flash ook besproken door de leidinggevende en zijn team.”

Praktijkgerichte eindwerken

“Toen ik de vraag van mijn werkgever kreeg om preventieadviseur te worden en ik daarvoor een opleiding mocht volgen, ervoer ik dat als een vorm van respect voor mij”, aldus keukenmanager Kris Lefebvre. “Uiteraard is er niet voor iedereen evenveel binding tussen de opleiding en de situatie op de werkvloer. Maar gaandeweg ontdek je steeds meer het hoe en waarom, ga je met veel meer zaken rekening houden en ontdek je veiligheidspunten waar je nooit bij hebt stilgestaan. Bijvoorbeeld de talrijke gevaren bij gebruik van een ladder. Een onderwerp als elektriciteit was voor mij niet onmiddellijk toepasselijk, maar was dan weer boeiend. Prik- en snijwonden was natuurlijk helemaal mijn ding.”

Als eindwerk maakte Kris Lefebvre een risicoanalyse van de keuken. Daarin inventariseerde hij de gevaren in de keuken en gaf de oplossingen aan. “Maar ik had veel verder kunnen gaan”, stelt hij. “Je kunt daar je volledige productieflow aan koppelen, waarbij je uitkomt bij hygiëne en HACCP (Hazard Analysis of Critical Control Points). Maar voor dat totaaloverzicht heb je natuurlijk meer tijd nodig.”

Patrick Vandenbussche: “De cursisten mogen van het OCMW het thema van hun eindwerk zelf kiezen. Maar we motiveerden hen er wel voor om een onderwerp te behandelen dat ze zeer goed kennen. Dat vermijdt dat ze eerst bijvoorbeeld een werkpost grondig moeten bestuderen. Zo konden zij zich in de beperkte tijd om het eindwerk te maken concentreren op het luik veiligheid. De eindwerken zijn voor ons als organisatie praktisch bruikbaar. Ze bevatten een pak waardevolle informatie die we nu op onze server bundelen en die toegankelijk zal zijn voor de preventieadviseurs. En met die informatie kunnen we ook bijdragen tot een hoger veiligheidsbewustzijn van de leidinggevenden en medewerkers.”

“Ik meen te mogen stellen dat het veiligheidsbewustzijn bij ons op een vrij hoog peil staat”, stelt Kris Lefebvre. “Als ik naar mijn domein kijk, merk ik bijvoorbeeld dat de veiligheid op de vleessnijmachine wel degelijk wordt gebruikt, ook al zou het werk zonder die veiligheid sneller verlopen.”

“Onze directie staat zeer positief tegenover onze inspanningen om in de organisatie een veiligheidscultuur te installeren”, besluit Patrick Vandenbussche. “Natuurlijk staat de ene afdeling daarin al wat verder dan de andere. Maar de beweging heeft met de lokale preventieadviseurs – die trouwens ook een EHBO-opleiding kregen – een bijkomend steuntje in de rug gekregen. Daarnaast hebben we veertien vertrouwenspersonen opgeleid. Nu komt het erop aan het wiel draaiende te houden.”

Agressie als risico

Een OCMW heeft wel degelijk een aantal activiteitsgebieden waaraan risico's zijn verbonden: grootkeukens, schrijnwerkerij, sanitaire onderhoudsdienst, tuinonderhoud, zorgcentra (verpleegkundigen), leerwerkplaats waar tijdelijke werkkrachten een vak leren (bouw, schilderen) … Maar ook de ‘kantooromgeving' houdt gevaren in. Patrick Vandenbussche: “We hebben met name soms te kampen met agressie, verbaal maar ook soms fysiek. Je mag immers niet vergeten dat mensen die bij ons aankloppen ten einde raad zijn, en radeloze mensen kunnen zich agressief opstellen.”