Alcohol- en drugsbeleid

augustus 2009

Kunnen alcohol- en drugtests afgenomen worden van werknemers ? De CAO 100 van 1 april 2009 verplicht alle werkgevers in de privésector om een preventief alcohol- en drugbeleid uit te werken dat kadert binnen het globale welzijnsbeleid.

De CAO legt een algemeen kader vast waarbij de ondernemingen samen met de overlegorganen, het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) en de ondernemingsraad (OR), een beleid op maat moeten uitwerken. In die ondernemingen met verhoogd risico vanwege de aard van de activiteit is het beleid terzake anders te voeren dan in een andere. Een bouwvakker is geen administratief medewerker. Een operator in de controlekamer is geen boekhouder. Het alcohol- en drugbeleid moet onder andere bestaan uit voorlichting en opleiding van de werknemers, maar ook de maatregelen die de werkgever eventueel kan nemen, moeten erin worden vastgelegd. Verder moeten ook de verplichtingen van de hiërarchische lijn, werknemers en preventieadviseurs erin worden opgenomen. Het gaat dus niet zozeer om een repressief beleid, er wordt bijzonder veel belang gehecht aan preventie.
In de CAO wordt onder meer bepaald dat het voor de werkgevers in bepaalde gevallen mogelijk is om alcohol- en drugtests af te nemen van hun werknemers. Dit betekent meteen dat de mogelijkheid gecreëerd wordt om apparaten die verhinderen dat een voertuig wordt gestart wanneer de bestuurder gedronken heeft, de zgn. alcoholsloten in bussen, taxi's of andere voertuigen mogen geïnstalleerd worden.

De vier pijlers van de CAO 100

1. Informatie en vorming

Iedere werkgever moet:

  • de uitgangspunten en de doelstellingen van het preventief alcohol- en drugsbeleid bepalen; 
  • een beleidsverklaring opstellen met de krijtlijnen van het preventiebeleid en de verdere uitwerking van de doelstellingen ervan voor het hele personeel.

2. De regels

De regels zijn een uitvoerige beschrijving van de beleidsverklaring en hebben betrekking op:

  • de beschikbaarheid (of niet) van alcohol in de kantine of in de drankautomaat, het binnenbrengen van alcohol en drugs op het werk; 
  • het gebruik van alcohol of drugs tijdens of juist voor de werkuren (bijvoorbeeld op een receptie, een afscheidsdrink, enz.).

3. Procedures bij misbruik

De beleidsverklaring moet aangeven welke procedure gevolgd moet worden bij slecht functioneren op het werk als gevolg van eventueel alcohol- of drugsgebruik of bij inbreuken op de regels van goed gedrag. Het is inderdaad niet het gebruik zelf van alcohol dat geviseerd wordt, maar de gevolgen ervan voor de uitvoering van het werk of voor het gedrag en de relaties onder het personeel.

4. Bijstand

Tot slot moet de werkgever nog bepalen welke methode gebruikt zal worden, als men vaststelt dat de werknemer werkonbekwaam is, voor het vervoer van de betrokkene naar huis, zijn begeleiding en de kostenregeling.

Upgrade

De CAO 100 zal tijdens de “upgrade voor preventieadviseurs” van dit najaar (17 november en 9 december) uitvoerig worden toegelicht. Ook de 7de editie van deze dag wordt opgedeeld in 3 delen:

  • de preventieadviseur als manager: belangrijke managementtools;
  • nieuwe wet- en regelgeving voor de preventieadviseur;
  • een praktijkgetuigenis rond een managementmodel of –tool of i.v.m. recente wet- en regelgeving.

Thierry UYTTENHOVE is ingenieur elektromechanica en heeft een licentie in de veiligheidskunde niveau 1, milieucoördinator A en risk management. Hij heeft een jarenlange ervaring achter de rug als preventieadviseur, milieu­- en kwaliteitscoördinator in zowel bouw-, metaal- als chemiesector. Als senior consultant begeleidt hij ruim 14 jaar organisaties bij het ontwikkelen van een geïntegreerd HSE-beleid. Met passie coacht, begeleidt en traint hij in o.m. Behaviour Based Safety, OHSAS 18001/ISO 45001, integratie en auditing van management systemen. Als getraind lead auditor is hij tevens interne auditor OHSAS 18001/ISO 45001 – ISO14001. Hij deelt zijn rijke ervaring graag met u.


Lees hier andere artikels van deze auteur...

Contacteer de auteur...